SAL7384, Akte: V°194.3 (363 van 1043)
Zoek akte
Vorige | Volgende
Akte V°194.3  
Act
Datum: 1490-11-08

Transcriptie

2019-03-05 door fernand BERTRAND
Nae dien dat in questien comen sijn bijden borg(er)meest(er)/
vand(er) stadt jan van aken tav(er)nier t(er) eenre en(de) gorijs/
[vacat] meye(r) van herent t(er) ande(r) zijde(n) als van/
acht en(de) viertich rinssche guld(en) eens die hem de/
voirs(creven) jan eyschen(de) was van zeke(re)n wijne(n) die hij int/
grosse tegen hem gecocht mocht hebben d(air)af hij beg(er)de/
betaelt te wesen(e) dair tegen deselve gor(ijs) seit dat/
de voirs(creven) su(m)me alsoe vele nyet en gedroech dan/
tot twee en(de) viertich rinssche guld(en) oft d(air)ontrint/
d(air)af zij he(n) in weersijd(en) gedrage(n) hebbe(n) elken tott(er)/
rekeni(n)gen Es geappointeert dat deselve gor(ijs)/
ja(n)ne voirs(creven) vand(en) su(m)men die hij bevond(en) sal werd(en)/
hem tacht(er) wesen(de) betale(n) sal op in donderdaighe/
naistcomen(de) en(de) dat sij bynne(n) middele(n) tijde(n) d(air)van/
reken(en) sulle(n) dwelck deselve gor(ijs) oick geloeft heeft/
te acht(er)volgen(e) In cons(ili)[o] opidi nove(m)br(is) viii
Nagekeken doorGreet Stevens
ModeratorGreet Stevens
Laatste update:: 2014-09-03 door Dieter Peeters