SAL7385, Act: R°216.2-V°216.1 (421 of 1086)
Search Act
previous | next
Act R°216.2-V°216.1  
Act
Date: 1491-11-26

Transcription

2019-11-30 by kristiaan magnus
Item jaspar sone amand wijle(n) cost van s(in)t jans/
gheest woenen(de) nu t(er) tijt te bout(er)shem in p(rese)ntia heeft/
quijtgescouwen en(de) gerenu(n)tieert tot behoef ingelberts/
egnoy allen alsulken recht en(de) actie die hij heeft/
oft enichssins soude moegen hebben oft eysschen in/
enige(n) toecomen(de) tijden ind(en) leene(n) van leefdale de/
welke de voirs(creven) wijle(n) amand liggen(de) hadde ts(in)t/
jansgheest voirs(creven) Te weten(e) van hue(re)n huyse hove/
en(de) allen toebehoirte(n) en(de) de welke thyrion sijn brued(er)/
onlanx leden opgehave(n) heeft en(de) erffelijck uutgegeve(n)/
gheerde [vacat] om en(de) voe(r) drie mudde(n) corens/
thiens erfpachts dairaff de voirs(creven) thyrion vercocht/
heeft den voirs(creven) engelberde egnoy de twee mudden/
corens erfpachts d(aer)aff Geloven(de) de voirs(creven) jaspar opte/
v(er)bintenisse van allen sijne(n) goeden beruerlijck ende/
omberuerlijck hoedanich die sijn wair die gelege(n)/
sijn oft bevonde(n) sullen wordden tvoirs(creven) uutgeve(n)/
bijden voirs(creven) thyrion sijne(n) brued(er) gelijck voe(r) gedaen
//
goet vast gestentich ende van werden te houde(n)/
en(de) te hebben en(de) d(aer)af tot behoef des voirs(creven) engelb(er)ts/
en(de) zijne(n) erve(n) en(de) nacomelinge(n) behoirlijck renu(n)cie(re)nde/
en(de) verthien(de) Geloven(de) voirt de voirs(creven) jaspar/
ende thyrion den selve(n) engelb(er)de d(aer)aff altijt/
genoech te doene oft hem bij desen yet te nauwe/
geschiet wae(r) en(de) hem d(aer)voe(r) tege(n) eene(n)yegelijcke(n)/
inne te staene en(de) gerecht warant te sijne tot/
eeuwigen daigen prout Voirt hebben de/
voirs(creven) jasp(ar) en(de) thyrion gekindt en(de) gelijdt dat/
hen de voirs(creven) engelbert egnoy volcomen rekeni(n)ge/
en(de) bewijs gedaen heeft uut saken van alsulke(n)/
v(er)coepinge(n) van goeden als deselve engelbert/
geleydt sijnde nad(er) stadt recht van loven(en) totte(n)/
goeden have en(de) erve des voirs(creven) thyrion gedaen/
heeft tsint jans gheest voirs(creven) te weten(e) van eene(n)/
boend(er) beempts gelegen in twee stucke(n) en(de) drie/
dachmale(n) lants ts(in)t jansgheest voirs(creven) geloven(de)/
deselve gebruede(re)n hem vand(er) selv(er) rekeni(n)gen/
noch oick vand(en) voirs(creven) boend(er) beempts en(de) drie/
dachmale(n) lants nu(m)mermeer aen te spreken te/
moeyen noch te vexe(re)n bij hen selve(n) noch nyeman(de)/
and(er)s van hue(re)n wegen in gheene(n) rechte geest(elijck)/
noch weerlijck mair hen d(aer)af tege(n) eene(n)yegelijcke/
inne te staene en(de) gerecht warant te sijne tot/
eeuwigen daigen cor(am) berghe h(er)meys nove(m)br(is) xxvi
ContributorsKarel Embrechts
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2015-08-12 by Agata Dierick