SAL7386, Act: V°330.2-R°331.1 (628 of 932)
Search Act
previous | next
Act V°330.2-R°331.1  
Act
Date: 1493-03-02

Transcription

2019-09-03 by Jos Jonckheer
Vander questie(n) gecomen bijd(en) raide vand(er) stadt tussche(n)/
arnold(us) van kets den ouden als p(ro)cur(ator) vand(er) inf(ir)marie(n)/
vand(en) grote(n) beghijnhove bynne(n) des(er) stadt t(er) eenre/
lambrechte vand(en) velde ende [vacat] als bedesett(er)s/
des dorps van meldert t(er) ande(r) zijd(en) de welke de/
voirs(creven) arnoldus ald(air) bescreve(n) hadde mits dien dat/
deselve soe hij te kynne(n) gaff hadden gepant seke(re)/
tarwe en(de) grain den arme(n) vand(er) inf(ir)marie(n) toebehoiren(de)/
gecome(n) van hue(re)n goed(en) ald(air) en(de) tselve vercocht voe(r)/
seke(re) bede die sij den selve(n) arnold(us) ind(en) name als/
voe(r) eysschen(de) wae(re)n uuyt sak(en) vand(en) goed(en) d(er) selv(er)/
infirmarie(n) toebehoiren(de) ald(air) gelegen die tot h(ier)toe/
noyt t(er) beden gestaen en hadden bege(re)nde alsoe r(e)stitutie/
in dien vand(en) selve(n) vercochte(n) goeden en(de) van eene(n)/
sacke d(air) die t(ar)we inne was dien zij mede vercocht/
hadden mette(n) coste(n) bij he(m) in dien geleden Dair tegen/
de voirs(creven) bedesett(er)s seyden hoe dat zij seke(re) bevele/
gehadt hadden van ons(er) genad(icher) he(re)n wegen van alle/
goed(en) hoedanich die wae(re)n stocgoed(en) oft ande(re) de bede/
af te moege(n) heffen d(air) zijs he(n) toe gedroegen hoopen(de)/
alsoe wel gefund(eer)t te zijne exhibeerd(en) oic een zeke(re)/
ma(n)dame(n)t d(air)mede genoech bevole(n) werdt de voirs(creven)/
goede t(er) beden te stellen(e) te weten(e) den begijnhove/
toebehoiren(de) hoe wel tselve opde arme ald(air) niet/
gefund(eer)t en was bliven(de) alsoe in hue(re)n voirnemen(e)/
dat zij wel gefund(eer)t wae(re)n mett(er) voirs(creven) pandingen/
en(de) vercoepinge(n) bij he(n) gedaen ende dat dese saken/
acht(er)volgen(de) den selve(n) ma(n)deme(n)te versond(en) soude/
werd(en) ind(en) raide van brabant D(air)op de voirs(creven)/
arnold(us) replice(re)nde hoepte als voe(r) neen te voirde(r)/
want die noyt t(er) bed(en) gestaen en hadden ende/
oic al wairt dat de voirs(creven) bevelen stat soud(en)/
grijpen bijd(en) voirs(creven) bedesett(er)s geallig(er)t d(air)af hij hoepte/
neen te voirde(r) want die (contra)rieerd(en) d(er) instructien
//
tande(re)n tijd(en) gemaict opde bede a(n)no li en(de) oic dese manie(re)/
van doene bijd(en) staten noyt ov(er)gegeve(n) en es geweest soe/
en consten he(n) die gheen o(n)tstade gedoen want oic de/
heyligeest(en) en(de) arme(n) huyse goed(en) gelijc inf(ir)marie(n) gast/
huyse(n) ende dier gelijke uuytgenome(n) wae(re)n inde br(ieven)/
die van ons(er) genad(icher) he(re)n wegen uuytgesond(en) mochte(n) wese(n)/
(contra)rie als bove(n) der voirs(creven) instructie(n) bliven(de) alsoe bij zijne(n)/
voirs(creven) voirnemen(e) p(rese)nte(re)nde nochtan altijt vand(en) goeden/
d(er) selv(er) arme(n) die bevond(en) souden moegen werdde(n) bede sculdich/
te sijne d(air) af te gelden(e) gelijck ande(re) ingeseten(en) vand(en) vryen/
steden navolgen(de) derselv(er) instructien Es get(er)mineert ende uuyt/
gesproken voe(r) recht den voirs(creven) p(ar)tien hierop bijden selve(n)/
raide gelet sijnde dat de voirs(creven) bedesett(er)s sculdich souden/
sijn den voirs(creven) arnold(us) costeloes en(de) scadeloes tvoirs(creven) grain/
mette(n) sacke bij he(n) afgepant te restitue(re)n oft zijne(n) moet/
in dien te hebben als tonrechte gebuert Behalven oft/
bevond(en) wordde dat deselve infirmarie ald(air) e(n)nige goed(en)/
hadde(n) onvry zijnde dat zij d(air)van gestaen sulle(n) de loopen(de)/
bed(en) bijden lande geconseteert zij(n)de betalen(e) gelijc ande(re)/
ingeseten(en) vand(er) steden oft ande(re) arme goidshuys(en) doende/
sullen moete(n) zijn acht(er)volgen(de) der instructien voirs(creven) a(n)no/
li geordineert bijd(en) staten van desen lande Ende tot dien/
gelast den selven bedesette(re)n want zij he(n) h(ier)inne g(ro)telik(er)/
mesgrepen hadden mits seke(re)n impetratien bij he(n) hierop/
en(de) tegen gedaen ende bynnen den bescriven(en) van des(er)/
dat zij d(air)aff souden gaen in een vand(en) vroenten van/
des(er) stadt ende comen d(air)aff bijden borg(er)meest(er) geloven(de)/
te doen alsulk(er) correctie(n) alsmen op hen mits den selve(n)/
hue(re)n mesgrijpe ordine(re)n soude In cons(ili)[o] opidi m(ar)tii s(e)c(un)da
ContributorsWalter Winnelinckx
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2017-02-11 by Jos Jonckheer