SAL7387, Act: R°233.3-V°233.1 (396 of 883)
Search Act
previous | next
Act R°233.3-V°233.1  
Act
Date: 1493-12-17

Transcription

2019-04-17 by kristiaan magnus
Vand(er) questien op heden gecomen inde banck voe(r) meye(r)/
en(de) scepen(en) van loeven(en) tussche(n) janne woutier poirte(r)/
van des(er) stadt t(er) eenre ende hilleg(ar)den coesmans zijnen/
/ behouden sone t(er) ande(r) zijden welke jan alh(ier) mett(er)/
stadt brieven als poirte(r) hadde doen uuyt scriven alsulke/
rechtvorderi(n)ge(n) als de voirs(creven) hilleg(er)t zijn behouwede zone/
gepijnt hadde om hem te vorderen(e) met rechte inde/
inde banck voir meye(r) ende scepen(en) van arkenen aengaen(de)/
seke(re)n haeffelijcken goeden en(de) gelueften bij hem gedaen/
uuuyt crachte vand(er) huwelijck(er) vorw(er)den van zijnder/
docht(er) inder maten de selve zijn wed(er)p(ar)tie dat ald(aer) hadde/
pijnen te vervolgen sustineerde dat hij hem d(aer)aff alh(ier)/
sculdich soude zijn aen te spreken(e) D(aer) tegen de voirs(creven)/
hilleg(er)t sustineerde de (contra)rie te vorde(r) want de voirs(creven)/
jan woutier en(de) hij he(m) van des(er) questien ald(aer) in seke(re)n/
arbit(er)s gesubmitteert hadde(n) te houden(e) des bijd(en) selve(n)/
uuytgesproken soude wordden met renu(n)ciat(ien) van alle(n)/
porterien en(de) ande(re)n vrijheyden bijd(en) voirs(creven) janne gedaen/
Dat oick acht(er)volgen(de) dien seke(r) uuytspraken ware(n) gebuert/
bijd(en) arbit(er)s bij he(m) genomen gelijc hij dat al dede blijck(en)/
bij brieve(n) en(de) certificatien van arken(en) hopen(de) alsoe in/
dien gere(n)voyeert te wordden(e) t(er) selv(er) plaetsen D(aer)op de/
voirs(creven) jan r(e)plice(re)nde sustineerde al mocht hij als voe(r)/
genu(n)cieert hebben van zijnd(er) vrijh(eit) dat hij nochta(n)/
bewijsen woude de selve uuytsprake voldaen te/
hebben ende dat hij d(aer)toe alsoe geadmitteert soude/
wordden met meer ande(r) dier gelijcke(n) woirden/
ten effecte als voe(r) Ende de voirs(creven) hillegheert/
sustineerde dat hij d(aer)van verdoelt wae(r) en(de) sculd(ich)/
wae(r) nae alle gesciedeniss(en) versonden te werdden/
Es gewesen t(er) manissen des meyers bijd(en) scepen(en)/
dat zij die sake en(de) p(ar)tien remvoyeerd(en) t(er) plaetsen/
van arken(en) voirs(creven) om ald(aer) nae alle gesciedeniss(en)/
rechts te geven en(de) ten nemen soe behoe(re)n soude in sca(m)pno/
dec(embris) xvii
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2017-02-15 by kristiaan magnus