SAL7387, Act: R°247.2 (421 of 880)
Search Act
previous | next
Act R°247.2  
Act
Date: 1494-01-04

Transcription

2019-04-09 by kristiaan magnus
It(em) want vand(en) voirs(creven) drie r(ins)g(ulden) erflijck bijden voirs(creven) meest(er)/
janne van beringhen met meer xl r(ins)g(ulden) eens betaelt te/
wordden diemen wed(er) t(er) selv(er) naturen aenleggen sal gelijc/
de voirs(creven) drie r(ins)g(ulden) erflijck gestaen hebben zoe es vor/
weerd(e) en(de) heeft geloeft en(de) geconsenteert de selve meest(er)/
jan eve(n)verre namaels he(m) deselve drie r(ins)gul(den) erflijck/
afgeleet wordde ende hem vand(en) hootpe(n)ni(n)g(en) van dien meer/
d(enieren) quamen dan de voirs(creven) xl r(ins)gul(den) dat hij dat meer den/
voirs(creven) janne den vader tot zijnd(er) tocht en(de) den kinde(re)n ter/
erflijcheyt behoef sal laten comen te baten en(de) profijten cor(am)/
eisd(em)
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2017-02-16 by kristiaan magnus