SAL7387, Act: R°263.2-V°263.1 (465 of 886)
Search Act
previous | next
Act R°263.2-V°263.1  
Act
Date: 1494-01-17

Transcription

2019-04-15 by kristiaan magnus
Vander questien gecomen bijden raide vand(er) stadt tusschen/
m(er)ten(e) ende goird(e) de(n) bubbele(re) inden name en(de) als p(ro)cur(eur)s/
vand(er) wed(uwe) bubbeleers hue(re)r moeder t(er) eend(er) ende marie(n)/
huysvr(ouwe) arnts vand(er) couthe(re)n t(er) ande(r) zijd(en) Ald(aer) de voirs(creven)/
gebruers te kynnen gaven ind(en) name als boven/
na dien zij dicwijle ende tot meer stonden ontboden/
hadden de selve marie en(de) hue(re)n man ten ynde dat/
de selve huer moeder ontslagen soude werd(en) van/
alsulken meysken als de voirs(creven) arnt behoud(en) heeft/
van hue(re)r beyder suster zijnd(er) tweest(er) huysvr(ouwe) dwelc/
de voirs(creven) marie wel tot sesse stonden der voirs(creven)/
hue(re)r moeder gesonden hadde bege(re)nde d(aer) van ontslagen/
te zijne ende dat de selve arnt ende zijn werdynne/
voirs(creven) dat sculdich soude(n) zijn taenverden(e) ende hue(re)r moed(er)/
in dien tontlasten(e) Dair van de selve p(ar)tien lestw(er)ve(n)/
bijden raide hadden geweest ende al wairt soe dat/
de selver geseet was dat zij he(m) d(aer)af ontlasten souden/
oft hue(re)n man bringen ende doen comen gem(er)ct dat hij/
hem acht(er)w(er)ts hielt om met malcande(re)n te ov(er)comen soe/
en was des niet gebuert bege(re)nde alsoe in desen de/
selve bedwongen te hebben met rechte om als voe(r)/
h(ier) van ontslagen te zijne D(aer)op de voirs(creven) marie seyt/
dat zij huer beste hadde gedaen om hem te doen come(n)/
/ ende dat hij vand(er) hant was ende moeste huer/
houden bij huer vrind(en) tot der selv(er) hue(re)r vrinden laste/
ende dat zij niet en sage nae hue(re)r beyd(er) gelegenth(eit)/
dat zijt souden co(n)nen gehouden met meer ande(r) dier/
gelijck(er) woird(en) hopen(de) d(aer) van mits absen(tie) van hue(re)n/
ma(n)ne voirs(creven) ongehoude(n) te zijne Es get(er)mineert/
en(de) uuytgesproken bijden selve(n) raide soe v(er)re de voirs(creven)/
arnt metten voirs(creven) gebrue(re)n ind(en) name als boven/
niet en ov(er)quame in des(er) tusschen nu en(de) goensdaige/
naistcomen(de) dat zij sculdich soude zijn als huysvr(ouw)/
desselfs arnts de voirs(creven) p(ro)cur(eur)s ind(en) name als voe(r)/
tontlasten(e) vanden selven kynde en(de) dat te huerw(er)t mote(n)/
nemen en(de) houden sonder last vand(en) voirs(creven) oud(er)moed(er)/
vand(en) selven kinde in cons(ili)[o] opidi januarii xvii
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2017-02-16 by kristiaan magnus