SAL7387, Act: R°421.1-V°421.1 (724 of 885)
Search Act
previous | next
Act R°421.1-V°421.1  
Act
Date: 1494-04-21

Transcription

2019-09-07 by kristiaan magnus
Condt zij allen lieden dat hubrechte helscheviers ende lijsbeth/
van maelcote zijn huysvrouwe woenen(de) te wynghe in p(rese)ncia/
hebben gekint ende gelijdt wettelijck vercocht te hebben(e) arnde/
blanckart zone arnts woenen(de) nu t(er)tijt te loeven(en) die dat alzoe/
bekint hebben tegen hem gecocht te hebben(e) een ca(m)me metten/
huysen hove brouhuyse stallen een groote broucuype houden(de)/
elf amen ende ande(r) broucuype van vier amen eenen brouketel/
zesse oft seven aemvaten ende een vat van drie amen metten/
tafelen bancken die de voirs(creven) gehuysschen dair behouden hebben/
ende allen ande(re)n toebehoirten gelijckerwijs de selve goede nu/
besittende es in hueri(n)gen henrick thielens gelegen te du(n)berghe/
inde prochie van cortelke tusschen de goede wijlen jans lavairt/
ter eenre de(n) goede(n) jans wijlen truydens denijssone ter ande(r) zijd(en)/
comen(de) voir opde(n) wedde(n)poel ter derder ende aen tdofhuys jans/
truydens janssone Ende dit opden co(m)mer uuyten selve(n) goede(n)/
gaen(de) te weten(e) aen den gronthee(re) ix mijten den h(er)toge van brabant/
een mijte voir een gote die doir de strate gaet zesse potten/
tolbiers van elken broussel biers inde selve ca(m)me gebrouwen/
wordden ende noch vii(½) pet(er)s erfelijck te xix stuv(er)s tstuck/
ter quijtingen elken pet(er) met xviii pet(er)s ende eene(n) pet(er) smaels/
ende [dat] dese goede sculdich zijn te laten drive(n) tgelege bove(n)/
thuys nu toebehoiren(de) den voirs(creven) janne truydens janssone over/
den voir hof van dese(n) goed(en) soe wa(n)nier tvelt boven besaeyt is/
Ende voirtmeer om ende voir de so(m)me van seven rinsg(ulden)/
eens te xx stuv(er)s tstuck mu(n)te nu loepen(de) die de voirs(creven)/
gehuysschen alsnu gereet bekynnen ontfangen te hebben vand(en)/
voirs(creven) arnde Ende d(aer)emboven noch dat de selve arndt sculdich/
sal zijn te dragen en(de) tzijne(n) laste te nemen(e) van sinte m(er)tensmisse/
naistcomen(de) over een jair als hij de selve goede aenveerd(en) zal/
ende niet eer alsulcken twee rijders erfelijck vallen(de) jairlijcx/
te lichtmisse als de voirs(creven) jan truydens janssone met zijnen/
borgen jairlijcx sculdich es denijse de walsche geheeten van/
oudreghem ende zijnen medeconsorten ende dair af de/
voirs(creven) gehuysschen den selven janne truydens ende zijn/
/ borghen voirmaels gelooft hebben los te houden ende de/
selve gehuysschen den selven janne truydens ende zijne(n) medeborg(en)/
voirs(creven) ende hue(r) goeden ende nacomeling(en) dair af tot eeuwig(en)/
daigen los ende vry te houden ende scadeloos tontheffen Behalven/
nochtan dat de selve gehuyssche(n) ende de voirs(creven) arndt te gelijck/
half en(de) half dragen sullen alsulcken pacht als vanden selve(n)/
twee rijders [die] te lichtmisse naistcomen(de) vallen en(de) v(er)schijne(n)/
sal Ende es vorweerde dat de voirs(creven) gehuyssche(n) de voirs(creven)/
ca(m)me metten toebehoirte(n) voirs(creven) wel ende lofl(ijc) onderhoude(n)/
zullen oft doen onderhouden inden selve(n) state gelijc die(n) nu/
zijn totten ynde toe van sinte m(er)tensmisse naistcomen(de) over/
een jair als hij die gelijck voir aenveerden zal Item es/
voirt vorweerde dat de voirs(creven) arndt zijne(n) kuese behoudt/
tussche(n) dit ende duytgaen vand(en) vier sinxen daigen naistc(omende)/
mett(er) zonne(n) oft hij de voirs(creven) come(n)scap aldus acht(er)volgen wilt/
oft niet Ende oft hijse alsdan niet ge acht(er)volgen en/
woude in die(n) gevalle zullen hen de gehuysschen zijn/
seven r(ins) guld(en) voirs(creven) restitue(re)n ende wedergeven Es/
oick conditie ende vorweerde dat de voirs(creven) arndt op dat/
come(n)scap blijft allet tpontgelt vanden voirs(creven) seven r(ins)g(ulden)/
eens ende vanden twee ryders erfelijck ende noch thien/
stuv(er)s eens die verdroncken zijn tsijne(n) laste alleene/
dragen ende betalen zall zonder der gehuyssche(n) cost en(de)/
last ende op dat come(n)scap blijft soe hebbe(n) hen de gehuyssche(n)/
gelooft behoirl(ijcke) guedinghe ende vestich(eit) te doene vand(er)/
voirs(creven) goeden van sinte m(er)tensmisse naistcomen(de) over een/
jair cor(am) caverchon zande ap(ri)lis xxi
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2017-03-01 by kristiaan magnus