SAL7387, Act: R°510.2-V°510.1 (863 of 885)
Search Act
previous | next
Act R°510.2-V°510.1  
Act
Date: 1494-06-17

Transcription

2019-11-12 by kristiaan magnus
Item lamb(er)t pluyne woenen(de) te halen pet(er) bruystens al(ia)s van belanden(e)/
zone wijlen jans woenen(de) nu t(er)tijt te fontaines bartholomeus/
bruystens al(ia)s van belanden(e) sone wijlen barth(olomeus) ende de selve/
pet(er) ende barthelmeeus bruystens inde(n) name en(de) van wegen lod(ewijcke)/
bruystens geheten van belanden(e) sone wijlen henricx ende jan/
van espent sone wijlen jans dien hij hadde van heylwigen wijle(n)/
bruystens geheete(n) van belanden(e) zijnder huysvr(ouw) nu absent zijnde/
de welke de selve pet(er) ende bartelmeeus voirs(creven) h(ier) inne gelooft/
hebben te vervangen om des nae bescr(even) steet insgelijcx/
gelijc he(m) te geloven hen seggen(de) erfg(enamen) van geldolve wijle(n)/
vanden schelve ende vanden goeden gecome(n) en(de) gebleve(n) nae/
de doot ende aflivicheit jans wijlen vanden schelve vaders/
desselfs geldolfs in p(rese)ncia hebben gekint dat jan van/
beert die voirmaels getrout gehadt heeft gehadt jouffr(ouwe)/
/ katlijnen wijlen van wynde overgelevert heeft alle de br(ieven)/
gelijc den inve(n)tar(is) hier nae bescr(even) begrijpt ende uuytwijst/
Geloven(de) de selve p(er)sonen den selven janne noch zijne(n) goed(en)/
noch erfg(enamen) dair af ne(m)mermeer aen te spreken te moyen/
noch te vexe(re)n in gheene(n) rechte gheestelijck noch weerlijck/
mair he(n) van des(er) kynnissen ende overleveri(n)gen tegen/
eene(n)yegelijcken te rechte inne te stane oft hij zijn/
goede oft erfg(enamen) om des selver ov(er)leveri(n)ge wille in e(n)nige(n)/
tijden toecomen(de) e(n)nichssins gemolesteert oft vervolcht wordde/
alzoe dat he(m) ende zijne(n) goed(en) nacomeli(n)g(en) tot eeuwigen/
daigen vast ende genoech zal moegen wesen cor(am) cav(er)chon/
vynck junii xvii
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Add. 1
, onvolledig bijvoegsel
Date: 1494-06-17

Transcription

2019-11-12 by kristiaan magnus
Hier nae volcht den inve(n)tar(is) dair h(ier)voe(r)/
mentie af gemaict es van zeke(re)n br(ieven)/
ende instrume(n)te(n) wesen(de) in hande(n) jans/
van [vacat]
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2017-03-02 by kristiaan magnus