SAL7387, Act: V°344.3-R°345.1 (594 of 885)
Search Act
previous | next
Act V°344.3-R°345.1  
Act
Date: 1494-03-01

Transcription

2019-09-07 by kristiaan magnus
Want hergheert le cuvelier prieste(r) als p(ro)cur(eur) he(re)n/
diericx le begge ridd(er)s geleydt zijnde nae des(er) stadt/
rechts voir zijn wettich gebreck uuyt crachte van/
scepen(en) brieve(n) van loeven(en) tot allen den goede beyde/
have en(de) erve mathijs wijle(n) de pieroy soe wair die/
gelege(n) zijn hem met br(ieven) van des(er) stadt gescreven/
/ aende meyers van buedinge(n) oft hue(re)n stedehoude(re)n alle/
de selve goede behoirlijc heeft doen leve(re)n ende/
henrick(e) van cappendale ende zijnd(er) huysvr(ouwe) wed(uwe)/
des voirs(creven) wijlen mathijs de piroy dach van rechte/
te co(m)p(ar)e(re)n inde banck voir meye(r) ende scepen(en) van/
loeven(en) doen besceyden oft zij hen tegen de voirs(creven)/
leveri(n)ge ende dachbesceydinge hadden willen oppone(re)n/
Ald(air) zij op heden als ten verstreken(en) daige niet geco(m)p(ar)eert/
en zijn noch niema(n)t van hue(r)en wegen ende willem(me)/
van leefdale oic als p(ro)cur(eur) des voirs(creven) he(re)n diericx/
le begge comp(ar)e(re)nde ende trecht voirt versueken(de)/
soe verre dat de scepen(en) van loeven(en) t(er) manissen des/
meyers nae dat hen bij rappoirte baud(ewijns) bellens/
des(er) stadt bode behoirlijc gebleken heeft tvoirs(creven) exploit/
gesciet te zijne gewesen hebben voir een vo(n)nisse/
Wair de wed(er)p(ar)tie des voirs(creven) geleydden niet en co(m)p(ar)eert/
voe(r) den opstaen(en) smeyers ende der scepen(en) datmen den/
selve(n) geleydde(n) vanden voirs(creven) goeden houden soude inde/
macht van zijne(n) beleyde scepen(en) brieve(n) ende leveri(n)gen/
alsoe verre alst noch voir scepen comen es in scampno/
m(ar)tii prima
Contributorskristiaan magnus , Karel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2017-02-26 by kristiaan magnus