SAL7390, Act: R°377.3-R°378.1 (611 of 782)
Search Act
previous | next
Act R°377.3-R°378.1  
Act
Date: 1497-04-08

Transcription

2019-01-28 by Karel Embrechts
Vand(er) ae(n)spraken die joes de h(er)toghe gedaen heeft inde/
banck voe(r) meye(r) ende scepen(en) op pauwelse cuerincx van/
injurieuse woirden die hij hem om srechts wille geg(even)/
soude hebben Ierst dat hij noyt dair bij noch ov(er) geweest/
en hadde dair den scepen(en) brieff van twee rijd(er)s erffelijck/
die joos hadde opt huys de wintmolen des vors(creven) pau/
wels en(de) d(air)voe(r) deselve joos int selve huys gepant hadde/
gemaict oft gepasseert was en(de) dat deselve pauwels/
d(air)voe(r) sijne(n) eedt boedt te doen(e) dat hij d(air)inne noyt/
sijn co(n)sent gedragen en hadde Seggen(de) voirts alse hij/
navolgen(de) d(er) t(er)minatie(n) vand(er) stadt d(air)mede pauwels joose/
sculd(ich) was t(er) stont zijn pe(n)ni(n)gen te laten volgen versocht/
hadd(e) ind(er) scrijfcame(re)n dair die geset wae(re)n te hebben(e) dat/
pauwels in tellen vand(en) selve(n) pe(n)i(n)gen geseeght hadde/
dat hij noch zijne(n) eedt dair voe(r) doe(n) soude dat hijt(er) noyt/
aen noch bij en was d(air) den scepen(en) br(ieven) alsoe gepasseert was/
/ noch sijn consent noyt d(air)toe en gaff seggen(de) te meer stonden/
dat joes was een boeve en(de) dat hij hem des hadde bedra/
gen en(de) dat deselve pauwels tande(re)n tijden noch ghe/
seeght hadde dat hij hem een dagge inden buyck kee(re)n/
en(de) wynden soude en(de) dat pauwels d(air)op wed(er) geantw(er)t/
hadde dat hij d(air)om noch niet v(er)re en soude gaen bove(n) vele/
meer ande(r) injurieuse woirden die hij hem gaff en(de) dat/
deselve pauwels alle dese vors(creven) woirde te joose wert/
gesproken hadde in gra(m)men moede en(de) om tsrechts wille/
dat joos beg(er)de sijn pe(n)ni(n)g(en) te hebben(e) Welke poente(n) oft/
hem die bij pauwelse ontkint wordden deselve joos/
p(rese)nteerde te thoene(n) den rechte genoech sijnde hoopen(de)/
voir sijn conclusie dat hij hem t(er) bet(er)nissen van dien te/
voirde(r) want om srechts wille was en(de) voe(r) tvoldoe(n) va(n)d(er)/
t(er)minatie(n) doen soude eene(n) wech te roome(n) te melane(n)/
oft ande(r) sulke bet(er)nisse als de hee(re)n wijsen soude(n) hem/
des gedraigen(de) totten rechte Dairtegen pauwels hem/
verantwerden(de) ontkinde tselve bijleggen o(m)mer dat dat/
om srechts wille soude sijn gesciet en(de) and(er)s seggen(de)/
dat sulke(n) woirde van boeve te wesen met niet en/
wae(re)n gefundeert in rechte om d(aer)aff e(n)nige bet(er)/
nisse nae recht te mogen heysschen noch datmen/
noyt en wiste dat tot sulken woirde e(n)nig(er) bet(er)niss(en)/
stonden hoopen(de) hi(er)o(m)me d(er) ae(n)spraken ongehoude(n) te/
sijne Es gewijst bij scepen(en) van loven(en) t(er) manissen smeyers/
na den thoen h(ier)inne bij joose geleydt dair hij met/
scepen(en) vo(n)issen toegewijst was die zijns v(er)meets ge/
heel volquam zond(er) alleene dat de getugen bijde/
geallig(er)de t(er)minatie niet en hadde geweest dat de/
vors(creven) pauwels gehouden sal zijn den selven joose/
t(er) bet(er)nissen te doen(e) eene(n) wech sint joos opt zee/
d(er)w(er)ts te porren bynne(n) xl daigen naistcomen(de)/
en(de) goede warheyt d(air)aff te bringen naed(er) stat recht/
/ oft d(air)aff sijne(n) goeden moit te hebben(e) actu(m) in scampno/
p(rese)ntibus h(er)meys borch tymple ut(er) hellicht vynck/
scab(inis) aprilis viii[a]
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2017-04-25 by Xavier Delacourt