SAL7391, Act: V°15.4-R°16.1 (30 of 707)
Search Act
previous | next
Act V°15.4-R°16.1  
Act
Date: 1497-07-06

Transcription

2020-08-17 by Jos Jonckheer
Item de voirs(creven) jeroen heeft geloeft dat hij/
met zijnd(er) werdynne(n) en(de) claese zijne(n) swag(er) pete(re)n/
van dormale als p(ro)cur(eur) des godsh(uys) vand(er) p(re)dicke(re)n/
te lov(en) voe(r) de vestich(eit) van alsulken vijf mudden cor(ens)/
erfpachts als wijlen h(er) anth(onijs) de warna(n)t p(ri)este(r) tande(re)n/
tijden den selven godsh(uys) bekint heeft sculd(ich) te zijne/
de naebescr(even) goede behoirl(ijc) te ypothece(re)n en(de) te v(er)oblige(re)n/
voir hoff en(de) hee(re) d(air)men de selve af houden(de) es bove(n)/
de goede en(de) ond(er)pande die tselve godsh(uys) d(air) voe(r) heeft/
gelegen te foul en(de) d(air)omtr(int) sond(er) nochtans inde voirde(r)
//
leveri(n)ge dan t(er) plaetssen van foul voirs(creven) gehoude(n)/
te zijne te weten(e) yerst xi grote roeden lants/
gelegen opt velt van jauche gaen(de) ter moelen w(er)t/
van borneal tusschen de goede [vacat]/
[vacat] It(em) vijf dach(malen) eeussels/
gelegen te sarteal tusschen de goede van s(in)[te] denijs/
t(er) eende(re) ende de gemeynheyt t(er) ande(re) It(em) drie dach(malen)/
lants gelegen opt voirg(eruerde) velt gaen(de) ter voirs(creven)/
moelen weert tussche(n) de goede [vacat]/
[vacat] Item xxii grote roeden/
lants gelegen ald(air) tusschen de goede des p(ro)chiaens/
scap van foul t(er) eende(re) ende [vacat]/
Item vii dach(malen) lants gelegen ald(air) tusschen den wech/
van jauche t(er) eende(re) en(de) de goede [vacat]/
Item eene(n) hoff houden(de) een boend(er) eygens geleg(en)/
te foul geheeten le bereja tusschen de goede van/
ons(er) vr(ouwen) van foul t(er) eende(re) en(de) [vacat]/
Item noch eene(n) hoff houden(de) (½) boend(er) geleghen/
neven den wech gaen(de) van foul te jauche/
ter eende(re) ende [vacat]/
Item een boend(er) lants gelegen te foul tusschen de/
weghe geheeten le troys thieghes ter eende(re) ende/
[vacat] de quo sat(is) prout/
bliven(de) h(ier)enboven de selve p(ro)cur(eur) tot behoef als/
voe(r) ende hem res(er)veren(de) alle ande(re) voir gelufte(n)/
bij wijlen h(er) anth(onijs) en(de) ingelb(er)de zijne(n) sone gedaen/
in hue(r) werd(en) cracht ende macht des(er) niet tegen/
staende cor(am) eisd(em)
ContributorsWalter Winnelinckx
Moderated byWalter Winnelinckx
Last update: 2017-05-10 by Xavier Delacourt