SAL7391, Act: V°9.2 (16 of 707)
Search Act
previous | next
Act V°9.2  
Act
Date: 1497-07-01

Transcription

2020-08-25 by Jos Jonckheer
Want willem van leefdale als geleyt nae des(er) stadt/
recht voir zijn wettich gebreck uuyt crachte van/
scepen(en) br(ieven) van loeven(e) tot allen den goeden beyde have/
en(de) erve jans smet ende marien crabbe zijnd(er) huysvr(ouwe)/
soe wair die gelegen zijn hem met br(ieven) van des(er)/
stadt gescr(even) aenden meye(r) van libbeke oft zijnen stadt/
houde(r) alle de selve goede behoirlijc heeft doen leve(re)n/
ende den selven gehuysschen dach van rechte te/
comp(ar)e(re)n alh(ier) inde banc voir meye(r) en(de) scepen(en) van/
loeven(e) doen besceyden oft zij hen d(air)tegen hadden wille(n)/
oppone(re)n Aldair zij op heden als ten daige van rechte/
d(air)toe dienen(de) niet gecomp(ar)eert en zijn noch niemant/
van hue(re)nt wegen den voirs(creven) geleydd(en) comp(ar)e(re)nde/
ende trecht voirts v(er)sueken(de) soe v(er)re dat de scepen(en)/
van loeven(e) t(er) manissen smeyers nae dat hen behoirl(ijc)/
gebleken heeft bij resc(ri)pte anthoenijs van wynge meyers/
van libbeke tvoirs(creven) exploit behoirl(ijc) gesciet te zijne/
gewesen hebben met vo(n)nisse wair de wed(er)p(ar)tie/
vand(en) voirs(creven) geleydden niet en comp(ar)eert voe(r) den/
opstaen(e) smeyers en(de) der scepen(en) datmen den selven/
geleydden vand(en) voirs(creven) goeden houden soude inde macht/
van zijne(n) beleyde scepen(en) br(ieven) en(de) leveri(n)g(en) alsoe v(er)re alst noch/
voir scepen(en) comen es in sca(m)pno julii prima
ContributorsWalter Winnelinckx
Moderated byWalter Winnelinckx
Last update: 2017-05-10 by Xavier Delacourt