SAL7392, Act: V°109.3 (234 of 687)
Search Act
previous | next
Act V°109.3  
Act
Date: 1498-10-25

Transcription

2020-07-24 by Karel Embrechts
Item jacop de witte sone wijlen jans in p(rese)ntia/
heeft gekint ende gelijdt wel en(de) wettelijc v(er)nueght/
te wesen van janne wijbrechts van al tgene des/
de selve jan hem sculdich en(de) tacht(er) mach wesen/
vand(er) pechtingen vand(en) hove te dienen onder de/
lynde soe van pachte(n) meswynne(n) costen en(de) anderss(ins)/
vand(en) t(er)mijne van zesse jae(re)n die hij in pechtingen/
gehouden heeft Bij also dat de selve jan sculd(ich)/
sal zijn te v(er)nuegen op dat hijs niet gedaen en/
heeft jouffr(ouwe) a(n)nen switten sust(er) des voirs(creven) jacops/
van alsulken xxx r(ins)g(ulden) als de selve jacop huer/
ov(er)bewesen heeft bet(aelt) te wordden Scelden(de) d(aer)af/
volc(omelic) quijte promittens nullat(enus) alloqui sed war(andizare)/
erga quoscu(m)q(ue) prout cor(am) buets(ele) crol oct(obris) xxv
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2018-07-16 by The Administrator