SAL7392, Act: V°146.2-R°147.1 (297 of 687)
Search Act
previous | next
Act V°146.2-R°147.1  
Act
Date: 1498-12-04

Transcription

2020-07-29 by Karel Embrechts
Item jan vander stappen sone henr(ix) en(de) lijsbett(en) vand(er)/
stoct zijn huysvr(ouw) docht(er) gielijs wijlen vand(er) stoct t(er) eende(r)/
en(de) jan vand(er) stoct sone des voirs(creven) wijle(n) giel(i)s ende/
brued(er) der voirs(creven) lijsbetthe(n) t(er) ande(re) met co(n)sente berbelen/
uuyten hove geheete(n) zedele(re) moed(er) der selv(er) kinde(re)n/
en(de) wed(uw)[e] des voirs(creven) wijlen giel(is) sijn comen voir/
scepen(en) van loeven(e) h(ier) nae bescreven kynnen(de) en(de) lijden(de)/
dat zij niet wed(er)staen(de) der deylingen tussche(n) hen gedaen/
van ende opde goede hen gebleven nae de doot/
des voirs(creven) giel(is) a(n)no xc april(is) xxvii overcomen/
zijn der erfvorwerden h(ier) nae bescreven die zij voir/
hen hue(re)n erven en(de) nac(omelingen) geloeft hebben tot eeuwige(n)/
daigen goet vast gestentich en(de) van weerden te houden/
en(de) te acht(er)volgen(e) en(de) ofts noot zij d(aer)af voirde(r) vestich(eit)/
in dien te doene alsoe dat elc hue(re)r en(e) hue(re)n/
nac(omelingen) tot eeuwigen daigen genoech sal moeghen/
sijn Te weten(e) yerst dat de voirs(creven) jan vand(er)/
stoct van nu voirtane hebben hantplichten gebruycke(n)/
en(de) erffel(ijc) toebehoe(re)n sal alsulken camerken daer/
een schouwe h(ier) voirmaels op stont en(de) ald(aer) inde scouwe/
een doire gemaict is als den voirs(creven) gehuysschen/
in deylingen gevallen was comen(de) acht(er) de twee/
huyse(n) desselfs jans vand(er) stoct inde proefstrate/
gelegen boven den oven vand(en) huyse desselfs/
/ acht(er)weert comen(de) aende schole ende dit inde stadt/
en(de) van alsulken vii(½) rinsgulden(en) erff(elijc) als den selve(n)/
janne vand(er) stoct in zijn deylinge vielen aen en(de)/
op tgedeelte der voirs(creven) gehuysschen de welke vii(½)/
rinsg(ulden) mits des(er) v(er)anderingen de voirs(creven) jan vand(er)/
stoct geheelijc quijtgescouwe(n) heeft en(de) mits des(er) quijt/
scelt den voirs(creven) gehuysschen hue(r) goede en(de) erfgename(n)/
voirs(creven) vand(en) selven vii(½) rinsg(ulden) erffel(ijc) geheel(ijc) ontlasten(de)/
Wair op de voirs(creven) p(ar)tien in wed(er)sijden ind(er) manie(re)n/
voirs(creven) oic mits des(er) elc tot behoef des and(er)s d(aer)op/
met behoirl(ijcker) renu(n)ciatie(n) worpen(de) verthien(de) en(de) renu(n)cie(re)nde/
te weten(e) de voirs(creven) gehuyssche(n) tselve camerken en(de)/
de voirs(creven) jan op de voirs(creven) vii(½) rinsg(ulden) erff(elijc) p(ro)mitten(tes)/
semp(er) sat(is) siquid prout Ende des heeft de selve/
jan vand(er) stoct boven des(er) noch voirts geloeft tot/
eeuwigen daigen geheelijc te dragen en(de) van jae(re)/
te jae(re) te bet(alen) alsulke(n) iii(½) mudde(n) core(n)s erfpachts/
alse uuyte(n) selven goeden jairlijcx gaen met oic der/
hellicht van alsulk(er) rinten als roelof de langhe/
en(de) jan halleman met [vacat] van bruessele/
heysschen(de) souden moegen zijn van wegen jans va(n)d(er)/
stoct oem der selv(er) kinde(re)n Hebben voirts gekint/
de voirs(creven) p(ar)tien hinc inde dat zij mi(n)lijc gedeilt hebbe(n)/
alle de have en(de) vliegen(de) erve de hen gecomen/
soude hebben nae de doot en(de) aflivich(eit) van berbelen/
uuyte(n) hove geh(eeten) zedelers moed(er) der selv(er) kinde(re)n wed(uwe)/
des voirs(creven) wijle(n) giel(is) soe dat zij in wed(er)sijd(en) mal/
cande(re)n dien aengaen(de) geheelijc quijtgescouwe(n) hebbe(n)/
cor(am) h(er)meys borch(oven) decembr(is) quarta
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2018-07-16 by The Administrator