SAL7392, Act: V°230.2-R°231.1 (433 of 687)
Search Act
previous | next
Act V°230.2-R°231.1  
Act
Date: 1499-02-14

Transcription

2020-08-21 by Karel Embrechts
Item jacop wittema(n) als p(ro)cur(eur) jouffr(ouwe) marie(n) sangwij(n)s/
wed(uw)[en] jans wijlen motte die ov(er)lanc in rechte gestaen/
heeft inde banc alh(ier) tegen willem(me) van leefd(ale) als p(ro)cur(eur)/
jans motte om tvo(n)nisse te hebben opde leveri(n)ge van/
seke(r) goed(en) te meylhem gelegen ond(er)pant wesen(de)/
voe(r) vi mudden t(ar)wen en(de) vi mudde(n) weysincx ende/
een halst(er) raepsaets lijftocht(en) die zij heeft met/
scepen(en) br(ieven) en(de) deylingen van loeven(e) opde selve/
/ goede dair voe(r) zij huer die heeft doen leve(re)n en(de)/
den voirs(creven) janne hue(re)n sone doen de hant lichten/
in dien dach doen besceyden van rechte te vele/
stonden h(ier) voe(r) die altijt tot h(ier)toe v(er)togen zijn geweest/
met uuytwegen van rekeni(n)gen die hij altijt gep(rese)nteert/
heeft te doen(e) en(de) alnoch niet gedaen en heeft ende/
vand(en) welken de voirs(creven) willem dien niet tege(n)staen(de)/
alnoch eene(n) dach beg(er)de Dair tegen de voirs(creven)/
jacop te kynnen geven(de) de lancheyt vand(en) tijde/
en(de) de treneye en(de) uutwegen h(ier)inne gesocht bijden/
welken de wed(uw)[e] moed(er) vand(en) verwerde(r) die/
thue(r) zee(r) behoefde te berste ende te breke ghinck/
niet te myn noch van ov(er)tuldich(eit) hoe wel de wed(uw)[e]/
dat zee(r) qualic v(er)mocht bijd(er) redene(en) voirs(creven) p(rese)nteerde/
de p(ro)cur(eur) vand(er) wed(uw)[en] en(de) oic met he(m) robbeert hue(r)/
voirspreke den selven verweerde(r) alnoch dach van/
rekeni(n)gen in des(er) en(de) oick vand(en) verloepen(en) rinten/
van xviii(½) pet(er)s tsjairs die de selve voirspreke van/
gelijcken den selve(n) janne motte wel van xv oft xvi/
jaire(n) v(er)loepen eysschen(de) was een voir al eene(n) t(er)mijn/
van xiiii nachte(n) sond(er) lang(er) v(er)treck Wair op de scepen(en)/
gemaent bijden meye(r) aensien(de) de lanch(eit) vand(en) tijde/
dat dit geloepen hadde ende darmoede vand(er) wed(uw)[en]/
pri(n)cipalijck hebben met vo(n)nisse den selven verweerde(r)/
toegevueght eene(n) dach van viii daigen de selve zijn/
rekeni(n)ge te doene in scampno cor(am) eisd(em)
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2018-07-16 by The Administrator