SAL7392, Act: V°295.3-V°296.1 (523 of 687)
Search Act
previous | next
Act V°295.3-V°296.1  
Act
Date: 1499-04-06

Transcription

2020-09-03 by Karel Embrechts
Item everardt van wynge in p(rese)ntia heeft gekint/
en(de) gelijdt dat hem bij he(re)n en(de) meeste(re)n jacoppe/
boeg(ar)t doctoir in medicine(n) en(de) zijnd(er) huysvr(ouwe)/
gelost en(de) afgequeten zijn alsulken xxv r(ins)g(ulden) lijftocht(en)/
als zij met jouffr(ouwe) marien boeg(ar)t hue(re)r docht(er)/
den voirs(creven) everarde in huwelik(er) vorw(er)den geloeft/
ende gegeven hebbe(n) ende dat hij everardt de/
hootpe(n)ning(en) d(aer) af beloepen(de) tsamen twee hondert/
/ ende vijftich rinsgulden(en) te xx stuv(er)s tstuck mu(n)ten/
nu tertijt cours hebben(de) naed(er) lest(er) valuatien volc(omen)/
in gereeden getelden gelde van hen gehadt ende ontfa(n)gen/
heeft ende zijn proper p(ro)fijt d(aer) mede gedaen heeft/
Heeft voirt bekint als voe(r) de voirs(creven) ever(ardt) ontfangen/
te hebben(e) van mijne(n) hee(re) ende zijnd(er) huysvr(ouwe) voirs(creven)/
de so(m)me van xxvii rinsgulden(en) der mu(n)ten voirs(creven) als/
voe(r) tvoldoen van alsulken dertich stuv(er)s erffel(ijc) alse den/
selven arnde alnoch gebraken vand(er) voldoeni(n)gen der/
erfrinten der selv(er) zijnd(er) huwelik(er) vorw(er)den boven/
de ande(r) erfrinten die hem ind(er) selv(er) huwelijcker/
vorw(er)den bewesen zijn promitt(entes) nullaten(us) alloqui sed/
de dict(a) recog(nitione) et quitan(cia) erga quoscu(m)q(ue) recta(m) p(ro)sta(r)e/
warandia(m) prout Heeft voirt geloeft de voirs(creven) ever(ardt)/
he(re)n ende meeste(re)n jacoppe boeg(ar)t en(de) zijnd(er) huysvr(ouwe)/
voirs(creven) oft gebuerde dat de selve ever(ardt) aflivich wordde/
sond(er) wettige gebuerte van zijnd(er) huysvr(ouwe) voirs(creven)/
acht(er) te laten(e) oft oick al hadde hij wettige gebuerte/
ende die naed(er) hant oick aflivich wordde dat in/
dien gevalle der voirs(creven) jouffr(ouwe) marie(n) boeg(ar)ts zijnd(er)/
huysvr(ouw) boven hue(r) duwarie huer ind(er) selv(er) huwelik(er)/
vorw(er)den toegevueght oft huers gebreken(de) hue(re)n naisten/
erfgenamen wed(er)om ger(e)stitueert en(de) wed(er)gegeven sullen/
wordden de voirs(creven) twee hondert en(de) vijftich rinsg(ulden)/
eens gecomen vand(er) afquitingen der voirs(creven) xxv r(ins)g(ulden)/
lijftocht(en) inder werd(en) voirs(creven) bij den erfgenamen ende/
aenveerders vanden erffelijcken ende chijsgoed(en) ende/
rinte(n) des voirs(creven) ever(ardts) ende dat vanden selven erffel(ijcken)/
en(de) chijsgoeden ende rinten desselfs everardts de/
selve zijn goede ende rinte(n) d(aer) voe(r) v(er)oblige(re)nde en(de)/
ypothece(re)nde mits desen Met sulcker conditien nochta(n)/
alsoe v(er)re de voirs(creven) everardt de voirs(creven) so(m)me van ii[c]/
en(de) vijftich r(ins)g(ulden) wed(er)om aenleyde bynnen zijnder/
levender tijt tot lijfpen(sien) ten live van zijnd(er) huysvr(ouwe)/
voirs(creven) ende ten live van e(n)nigen vand(en) ande(re)n kinde(re)n/
des voirs(creven) he(re)n ende meest(er)s jacops ende dat daer/
voe(r) sulke(n) goede(n) vestich(eit) gestelt wordde d(aer) mede/
/ de selve hee(re) ende meest(er) jacop te vreden wae(r)/
dat in dien gevalle ende and(er)s niet de voirs(creven)/
erffel(ijcke) ende chijsgoede(n) ende rinte(n) des voirs(creven) ever(ardts)/
nae desselfs ever(ardts) doot vander so(m)men van ii[c]/
vijftich rinsgulden(en) voirs(creven) ombelast souden bliven/
behalven oick in dien gevalle den voirs(creven) ever(arde)/
zijn heffen inde selve lijfpen(sien) die bij he(m) alsoe/
gecocht mochten wordden sijn leefdage lanck/
cor(am) buets(ele) bouchout aprilis sexta
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2018-07-16 by The Administrator