SAL7393, Act: R°164.2-V°165.1 (302 of 692)
Search Act
previous | next
Act R°164.2-V°165.1  
Act
Date: 1499-11-29

Transcription

2019-05-10 by helga peeters
Nae dien op heden comen zijn bijden raide vand(er)/
stadt de geswoiren(en) vand(en) bried(er)s ambachte te/
kennen geven(de) seke(re) div(er)se gebreken in zeke(re) hue(r)/
suppl(icatien) bij hen ov(er)gegeven begrepe(n) Te weten(e) inden/
yerste(n) hoe dat inden jae(r) van xcvii en(de) d(air) te voe(re)n tweer/
hande bieren alh(ier) inder stadt bij overdrage der selver/
en(de) der leden gebrouwe(n) hadden geweest te weten(e) /
xviii s(ister) bier ende oick plecbier d(air) af den pegel/
vand(en) xviii s(ister) bie(r) stont op xiii ame(n) i vie(re)nd(eel) ende/
dassijse op vijf pet(er)s d(air) af tcortssel van dien quam/
vand(en) clercken ende suppoesten van elker amen/
op vii st(uvers) xv(½) mit(en) ende den pegel vand(en) voirs(creven)/
plecbie(r) op xiii ame(n) i vie(re)nd(eel) ende dassijse op/
negen pet(er)s en(de) xiii mit(en) Ende hoe dat nad(er)hant/
seke(r) ander plecbier gebrouwe(n) wert d(air) af den/
pegel stont op xii ame(n) i vie(re)nd(eel) en(de) dassijse op/
vi r(ins) gulden(en) ii st(uvers) d(air) af tcortsel van dien quam/
op xi stuv(er)s myn xii mit(en) ende dat in dien doen/
t(er)tijt ov(er)dragen werdt mits den diffe(re)nte doent(er)tijt/
wesen(de) tussche(n) die vand(en) voirs(creven) ambachte ende/
den registre datmen vanden voirs(creven) div(er)sen broussele(n)/
deen doer dande(r) cortten soude xi stuv(er)s ende vand(en) /
xviii s(ister) bie(r) twee amen voir eene desen niet tege(n)/
staende p(re)tendeerden de rintm(eeste)rs vand(er) stadt datme(n)/
bove(n) tgene des als voe(r) ov(er)dragen en(de) gesloten was/
opde xi st(uvers) deen doir dand(er) te bet(alen) en(de) d(air) nae alsoe/
afge(re)kent was dat der stadt alnoch op elke ame/
vand(en) selve(n) afge(re)kende bie(r) comen soud(en) xii mit(en) die/
zij van hen beg(er)den d(air) af de voirs(creven) geswoirne beg(er)den
//
de selve rintm(eeste)rs ond(er)wesen te hebben(e) d(air) af onge/
moeyt te bliven gemerct den ov(er)drage voirs(creven) en(de)/
dat zijt als voe(r) afge(re)kent hadden en(de) alsoe qualic vand(en)/
clercken en(de) suppoeste(n) wed(er) souden co(n)nen gecrighen/
It(em) gaven voirt de selve te kennen hoe dat naeden/
voirs(creven) plecbie(r) en(de) xviii s(ister) bie(r) voe(r) den jae(re) van xcvii/
en(de) d(air) omtr(int) gebrouwe(n) als voirs(creven) steet Een seke(re)/
ande(re) ordinan(cien) en(de) ov(er)drach geordineert es geweest/
bijd(er) stadt en(de) leden als datme(n) alh(ier) brouwe(n) soude/
labay bier d(air) af de voirs(creven) rintm(eeste)rs nae dien de/
ond(er)seten vand(en) ambachte met hen hebben ge(re)kent/
zij niet meer cortten en wouden dan v(½) stuv(er)s/
gelijcmen gedaen hadde vand(en) xviii s(ister) bie(r) als voe(r)/
d(air) inne die vand(en) ambachte hen bevi(n)den v(er)cort/
in dien dat sij op elck ame verlies hebben soude/
wel vijf plecken oft d(air) omtrint d(air) op soe de voirs(creven)/
suppl(icatien) seyden overdragen en(de) gesloten was geweest/
bijden raide vand(er) stadt int jair voirleden dair/
zij hen des toe r(e)fereerden datme(n) den selve(n) bried(er)s/
vand(en) voirs(creven) labay bie(r) cortten soude dassijse die zij/
bet(aelt) hadde te weten(e) op elc broussel vii stuv(er)s en(de)/
xii mit(en) en(de) d(air) mede gestaen inder maten hen tselve/
oic gecort en(de) afge(re)kent bege(re)nde alsoe oick de/
voirs(creven) rintm(eeste)rs ond(er)wesen te hebbe(n) tselve ov(er)drach/
alsoe tacht(er)volgen(e) sonder hen voird(er) te belasten/
Item beg(er)den te(n) derden de voirs(creven) suppl(icatien) want/
zij alsnu groote moeyteniss(e) en(de) verlies hadden/
opde twee miten nu corts gehoeght opt xviii/
mijt bier d(air) af den pegel alsoe vele gelingt was/
als de selve twee miten gedragen mochten/
en(de) d(air) af gheen r(e)compens(ie) en hadden dan onlede/
moeytenisse ende verlies dat hen d(air) af e(n)nige/
r(e)delijcke r(e)compensie wordde gesedt t(er) discretie(n)/
vand(en) wet Ende ten lesten beg(er)den de selve/
suppl(icatien) dat hen alsnu vand(en) tegewoird(igen) loepen(de)/
bye(r) eene(n) redeliken tax en(de) voet van cortssele/
geordineert ende gestelt wordde den clercken
//
en(de) suppoisten aengaen(de) d(air) mede zij soud(en) moegen/
gestaen ende d(air) nae zij hen souden moegen hebben/
te r(e)gule(re)n opdat alle toecomen(de) diffe(re)nten die/
tussche(n) hen ende den rintmeeste(re)n d(air) af soud(en) moege(n)/
comen v(er)huedt mochten bliven d(air) op de voirs(creven)/
rintmeeste(re)n int lange metten clercken vand(en) rig(ist)re/
gehoirt zijnde genoech bevinden(de) den voirs(creven) raide/
de voirs(creven) materie vanden yerste(n) poente huer(er)/
ov(er)gegeven(e) r(e)questen tselve genoech beslicht te/
zijne bij seke(re)n voirgaen(de) t(er)mi(n)atien en(de) decla(ra)tien/
d(air) af inden jae(r) xcvii xiiii febr(uarii) oft d(air) omtrint uuyt/
gesproken en(de) get(er)mineert bij hue(re)n voirseten staen(de)/
ger(e)gistreert opden r(e)gistre ald(air) gelesen en(de) ger(e)itereert/
Ten ande(re)n male bevi(n)den(de) opt ii[te] point vand(en)/
voirs(creven) ov(er)gegevend(e) suppl(icatien) dat de wethoud(er)s vand(en)/
jae(re) voirleden hen des oic alsoe niet en gestonden/
inder maten zij dat voir hen namen es op al int/
langhe gelet zijnde ende oversien oick tgroot verlies/
dat de stadt in hue(re)n ass(is)[en] d(air) bij hebben soude in/
gevalle tvoirnemen vand(en) voirs(creven) brieders stat soude/
grijpe(n) bevi(n)den(de) als voe(r) de voirs(creven) ov(er)dragen ende/
t(er)mi(n)atien tande(re)n tijden get(er)mineert dat de voirs(creven)/
t(er)mi(n)atien gegeven ende get(er)mineert bij hue(re)n voirseten/
xiiii februarii xcvii staen(de) als voe(r) ger(e)gistreert opden/
voirs(creven) registre in desen geheelijc geacht(er)volght sal/
wordden in allen hue(re)n pointen soe die steet/
Ende dat p(ar)tien in w(er)sijden hen d(air) nae sulle(n) hebbe(n)/
te r(e)gule(re)n genoech beslichten(de) de twee voirgaende/
yerste pointen ende vand(en) voirde(re)n gescille/
tussche(n) de brieders en(de) den rintm(eeste)rs wesen(de) te weten(e)/
vand(en) cortsele vand(en) assijsen voir den toecomen(de)/
tijt conc(er)ne(re)nde dleste point vand(en) voirs(creven) r(e)questen/
es geseet en(de) uutgesproken bijden selven raide/
dat zij d(air)af tsamen v(er)gade(re)n sullen mette(n) pegelers/
en(de) clercken vand(en) reg(ist)re om d(air)af eene(n) yegelijcken tzijne/
geven(de) gedaen te wordden soe behoe(re)n sal Ende va(n)d(er)/
r(e)(com)pensien vand(en) hooghsele vand(en) twee miten bijden
//
voirs(creven) brieders beg(er)t (et)c(etera) es duytsprake dat zij/
hebben(de) dooge opde gelegenth(eit) vand(er) stadt d(air)af/
patien(tie) hebben sullen Act(um) (con)s(ili)[o] op(idi) p(resen)tib(us) tymple/
sub(stitu)[to] buets(ele) burg(imagis)[tr(is)] lyefkenrode zedele(re) roesmere/
scab(inis) et plu(r)ib(us) aliis de (con)s(ili)[o] nove(m)br(is) penultima
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2017-06-07 by Xavier Delacourt