SAL7393, Act: R°334.2-V°334.1 (552 of 693)
Search Act
previous | next
Act R°334.2-V°334.1  
Act
Date: 1500-03-31

Transcription

2020-07-05 by helga peeters
Opde questie geport inde banck voe(r) meye(r) en(de)/
scepen(en) van loeven(e) tusschen henricke van ravescote/
als procur(eur) nycholas seuwin geleit zijnde nae des(er)/
stat recht voir zijn wettich gebreck uuyt crachte/
van scepen(en) br(ieven) van loeven(e) tot allen de(n) goed(en) beide/
have en(de) erve wout(er)s vanden dale soe wair die/
gelegen zijn de welke hij met br(ieven) van des(er) stat/
gescr(even) aenden meye(r) van libbeke oft zijne(n) stad/
houde(r) te love(n)joel hadde doen leve(re)n met ja(n)ne/
driedoens des(er) stadt bode die dat behoirlijck/
gecleert hadde ter eende(re) ende den selve(n) woute(re)n/
ter ande(re) aldair de selve he(n)r(ick) als procur(eur) voirs(creven)/
heeft doen lesen den selve(n) scepen(en) br(ieven) voirs(creven) spreken(de)/
van vier rinsg(ulden) lijfpen(sien) bekynt bij anth(onijs)van wynghe/
meye(r) van libbeke mercken crauwels vranck(en)/
h(er)meys ende woute(re)n vanden dale voirs(creven) en(de)/
oick de transporten d(air) mede de selve nycholas/
tott(er) selv(er) lijfpen(sien) comen es ende oick de(n) voirs(creven)/
brief vand(en) leveri(n)g(en) vande(n) voirs(creven) goed(en)/
des voirs(creven) wout(er)s vanden dale te love(n)joel/
mett(er) executien d(air)op gebuert en(de) gebleke(n) bij/
rapporte des voirs(creven) boden Ende d(air)entenden/
gesustineert en(de) versocht dat hij inde selve/
goede vo(n)nislijck wordde gewesen tot d(er) voirs(creven)/
schult behoef die hij p(rese)nteerde te verifice(re)n oft/
doen verifice(re)n bijden gheene(n) dien dat behoirde/
van acht ja(r)en acht(er)stels behalven goede rekeni(n)g(en)/
hoopen(de) dat soe behoirde ende sculdich was te
//
geschien hem des gedragen(e) totten rechte dair tege(n)/
de voirs(creven) wout(er) hem v(er)antwerden met div(er)s(e)/
uuytwegen dede seggen hoe dat zeke(re) betalinghe/
d(air)op wae(re)n ged(aen) aen pete(re)n vand(er) hoeve(n) als/
geleit totte(n) goede(n) g(er)meyns vande(n) neele dien de/
voirs(creven) lijfpen(sien) toebehoirt hadde meynen(de) alsoe dat/
hem dat betalinghe maken soude den voirs(creven) he(n)r(icke)/
van raveschote als procur(eur) voirs(creven) de contrarie/
sustine(re)nde bij div(er)s(e) reden(en) die hij allig(er)de en(de)/
d(air)op de wederp(ar)tie die d(air) nae acht(er) bleef ende/
niet en comp(ar)eerde dair tegen niet en allig(er)de soe/
verre dat de scepen(en) van loeven(e) uut(er)lijck d(air)op/
gemaent bijd(en) meye(r) vo(n)nislijck gewijst hebben/
den selve(n) procur(eur) voirs(creven)de geleidde goede voirs(creven)/
volgen sulle(n) tott(er) voirs(creven) wettig(er) schult behoef/
des voirs(ceven) nych(olas) seuwin act(um) in scamp[o] m(ar)tii/
ultima
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2017-06-13 by Xavier Delacourt