SAL7393, Act: V°197.3-R°198.1 (360 of 693)
Search Act
previous | next
Act V°197.3-R°198.1  
Act
Date: 1499-12-31

Transcription

2019-08-20 by helga peeters
Item h(er) jan de wouda prieste(r) in p(rese)ntia heeft gekint/
en(de) gelijdt dat alle alsulke haeffelijcke goede en(de)/
vliegen(de) erve hoedanich die zijn alse lijsbeth ghielis/
wettige docht(er) wijlen wout(er) ghielijs heeft bynne(n) hue(re)n/
huyse gelegen te love(n)joul toebehoe(re)n der selver lijsbetthe(n)/
en(de) linken(e) de wouda huer(er) natuerlijcker docht(er) ende/
dat [hij] de selve goede voirs(creven) gecocht en(de) v(er)cregen heeft/
tot behoef vand(er) selver lijsbetthe(n) en(de) huer(er) docht(er) voirs(creven)/
met alsulken pe(n)ni(n)gen als jan wijlen ghielijs oem/
als hij leefde der selver lijsbetten huer met testame(n)te/
gemaict en(de) gelaten hadde bekynnen(de) alsoe de selve/
jan dat hij gheen recht actie noch toe seggen en/
heeft in oft tot den selven goeden voirs(creven) behoud(elic)/
nochtan dat h(ier) inne niet gecomp(re)hendeert noch/
begrepen en zijn de tabbarts ende clede(re)n totten
//
live desselfs h(er) jans behoe(re)nde noch oick zijn boecken/
sonder argelist voirt heeft de selve h(er) jan bekint/
sculdich te zijne der voirs(creven) lijsbette(n) en(de) huer(er) dochter/
uuyt saken van des hij noch boven des voirs(creven) steet/
van hue(re)n wegen soe van afgeleeghd(en) rinte(n) soe/
and(er)ssins gehaven ende ontfangen heeft de/
so(m)me van dertich gouden rins gulden(en) oft de weerde/
d(air)af eens de welke hij hen geloeft heeft tot/
huer(er) maniss(en) te betalen(e) tamq(uam) ass(ecu)[tu(m)] cor(am) blanck(art)/
cav(er)chon decembr(is) ulti(m)a
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2017-06-07 by Xavier Delacourt