SAL7393, Act: V°204.1-V°205.1 (377 of 693)
Search Act
previous | next
Act V°204.1-V°205.1  
Act
Date: 1500-01-09

Transcription

2019-08-29 by helga peeters
Eene deylinge ende scheydinge geschiet en(de) gemaict/
zijnde tusschen meeste(re)n gheerde van baussele sone/
wijlen gerardts in desen gelovende te v(er)vangen jouff(rouwe)/
m(ar)grieten vand(en) hecke sijn moed(er) wed(uw)[e] desselfs wijle(n)/
gerardts in deen zijde ende jouffr(ouwe) m(ar)grieten voelke(n)s/
wed(uwe) raes wijlen van baussele brued(er)s als hij leefde/
des voirs(creven) wijlen gerardts ende jacoppe(n) van baussele/
hue(re)n sone p(ri)us ema(n)ciptu(s) ende met conse(n)te der/
selver zijnd(er) moeder t(er) ande(r) zijden op en(de) van den/
goed(en) h(ier)nae bescr(even) gesedt en(de) gestelt bijd(en) voirs(creven)/
jouffr(ouwe) m(ar)gr(ieten) voelkens ende jacoppe(n) hue(re)n sone/
ten kuese des voirs(creven) meest(er) gheerts als sone/
vand(en) voirs(creven) wijlen gerard(us) van baussele welke/
gerardt doutste brued(er) was oude(r) dan de voirs(creven)/
wijle(n) raes zijn brued(er) tussche(n) welke gebruede(re)n/
de selve goede altijt onv(er)deilt gestaen hebben en(de)/
noch stonden Soe sijn bleven en(de) gevallen den/
voirs(creven) meeste(re)n gheerde bij kuese bij hem d(air)om/
gedaen op alle de conditie(n) en(de) vorw(er)d(en) h(ier)nae/
bescreven de twee huysen deen aen dand(er) gelege(n)/
deen d(air)af langs aenden pleyn tegen over tcrijt opde/
borch ende dander huys dweers dair aen sonder/
middel tusschen beyde te rijne metter eender hellicht/
vand(en) schaelgien d(air)aen liggen(de) metten peerboome/
d(air)op staende ende oick metten vervallen plaetsken/
aen tvoirs(creven) yerste huys liggen(de) aenden pleyn comen(de)/
tot opden stijl neven tpoertken D(air) op de lijne vand(en)/
onderscheide vand(en) schaelgien getogen es ende mett(er)/
eend(er) hellicht vand(en) wijng(ar)de d(air)acht(er) aen liggen(de)/
t(er) borch poirten weerdt hem strecken(de) acht(er) t(er) stadt buyte(n)/
vesten weerdt lancx aenden borch pleyn totter straten /
ald(air) gaen(de) tusschen de selve veste ende den voirs(creven)/
wijng(ar)t ende alsoe voirt totten ond(er)scheyde dat/
ald(air) nu gemaict en(de) getekent is tussche(n) dit deel/
en(de) tweeste deel h(ier)nae volgen(de) welck ond(er)scheyt/
genomen is lijnrecht vand(en) middelsten stijle staen(de)/
in midden vand(en) want die staet afgaet vanden
//
dweersen vorsten huyse aen dacht(er)ste huys dweers/
ov(er)gaen(de) overhoeck doer de voirs(creven) wijng(ar)de tot opden/
egge oft ut(er)ste(n) hoeck t(er) vesten weert vand(en) steyne(n)/
huysken(e) mijns he(re)n van chantrain ald(air) staende/
tegen dinde vand(en) voirs(creven) wijng(ar)den ende voe(r)/
opde schaelgie insgelijcx tusschen deser huysen onder/
slagen es lijnrecht vand(en) voirs(creven) middelste(n) stijle/
der selver want tot opden stijl staende naist den/
poirt stijle aldair met vorweerden dat die voirs(creven)/
meest(er) gheert den peerboom voirs(creven) sal moten af/
houwe(n) en(de) uutdoen bynnen xiiii daigen naistc(omende) sond(er)/
verdrach Item der voirs(creven) jouffr(ouwe) m(ar)grieten voelkens/
en(de) jacoppe(n) hue(re)n sone es bleven ende gevallen/
in huer deilinge(n) dacht(er)ste huys datt(er) alleen steet/
metten uuytgange aent poirtken ten pleynwert/
uuytcomen(de) metter ander hellicht vand(en) scaelgien/
he(m) toegevueght naeden onderscheyde voirg(eruert) ende/
mett(er) and(er) hellicht vand(en) wijng(ar)de d(air)acht(er) aen liggen(de)/
hem strecken(de) lancx aende traelle vand(en) wijng(ar)de/
oft hove mijns he(re)n van chantrain ald(air) t(er) stadw(er)t/
inne gelegen ende soe voirt acht(er)w(er)t aend(en) boeg(ar)t/
en(de) steynen huysken desselfs he(re)n van chantrain/
dair die lijne op gerecht es vand(en) ond(er)slagen/
der voirs(creven) wijng(ar)d(en) als voirs(creven) es Ende dit opd(en)/
co(m)mer ende chijs van oudts uten voirs(creven) geheelen/
goeden gaende die dit tweeste deel alleen(e) sal/
moten dragen tot eeuwegen dagen te weten(e)/
twee cap(uynen) [die] d(air)op heft de rintm(eeste)r van loeven(en) ende/
voirtaene op eene(n) rinsg(ulden) te xx st(uvers) loepend(er)/
mu(n)ten ts(jae)[rs] erff(elijck) alle ja(r)e te kersmesse te bet(alen)/
den voirs(creven) meeste(re)n gheerde en(de) sijne(n) nacomeli(n)g(en)/
d(air)af den yerste(n) t(er)mijn van bet(alingen) v(er)schijne(n) sal/
te kersmesse alsmen scriven sal duysent en(de) vijfhond(er)t/
nae stijl des hoefs van brab(ant) Met conditie(n) dat/
de voirs(creven) jouffr(ouwe) m(ar)griete voelkens en(de) jacop huer/
sone en(de) hue(r) nac(omelingen) den voirs(creven) rinsg(ulden) erff(elijck) sulle(n) moege(n)
//
lossen en(de) afleggen tallen tijden alst hen belieft/
tot eene(n) oft twee malen mair niet min dan/
thien st(uvers) erff(elijck) smaels en(de) elk(en) pe(n)ni(n)ck met xviii/
gelijck(er) pe(n)ni(n)g(en) en(de) met vollen rinten It(em) es/
bevorw(er)t dat de voirs(creven) jouffr(ouwe) m(ar)griete voelke(n)s/
en(de) jacop huer sone sulle(n) moten doen maken op/
hue(re)n cost alleene tussche(n) dit en(de) paessche(n) naistc(omende)/
voe(r) donderscheyt van beyden scaelgien lijnierecht/
alsoet d(air)nu getogen en(de) getekent es een leemen/
gestijpte seven voeten hoeghe en(de) niet meer/
gedect met thiechelen oft berde(re)n alsoet behoirt/
en(de) dat alsoe erff(elijck) tot eeuwige(n) dagen tot hue(re)n laste/
alleen(e) onderhouden Ende desgelijcx tussche(n) beide/
de wijng(ar)de voirs(creven) voe(r) den vrede ald(air) geteekent/
linierecht als voe(r) v(er)cleert is moten houden ende/
maken een traelle oft doden vrede van wij(n)g(ar)tstake(n)/
alleen(e) opden voet steckens drie staken steken(de) en(de) niet/
myn sonder e(n)nich leven(de) wijng(ar)thout cnoesselhage(n)/
besien ov(er)zee oft and(er) leven(de) hout van boemen oft/
and(er)ss(ins) aend(en) voirs(creven) vrede te moegen leyden oft sette(n)/
dat den voirs(creven) yerste(n) deele sijn sonne oft locht/
benemen mochte oft and(er)ssins e(n)nich hinder oft acht(er)deel/
in toecomen(de) tijd(en) doen mochte oft soude Ende dit/
aldus maken soe eer soe bat alsmen den wijng(ar)t/
staken sal hanc quoq(ue) et sat(isfacere) prout cor(am) rosme(re)/
hubr(echts) januarii xiiii
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2017-06-07 by Xavier Delacourt