SAL7394, Act: R°288.1-V°288.1 (451 of 478)
Search Act
previous | next
Act R°288.1-V°288.1  
Act
Date: 1501-04-20

Transcription

2021-10-31 by Karel Embrechts
Item jan ende lodewijck de witte gebruede(re)n/
arndt de brieve(re) als man ende mo(m)boir odilien/
switten sijnd(er) huysvr(ouwe) machiel helmich als man/
ende mo(m)boir m(ar)grieten switten sijnd(er) huysvr(ouwe)/
machtelt switten weduwe wout(er)s wijle(n) de mu(n)te(re)/
henr(ic) vand(en) scrieke sone wijle(n) henr(ix) jan vanden/
scrieke pet(er) van gheele als man en(de) mo(m)boir/
lijsbette(n) vand(en) scrieke zijns wijfs vranck van/
gheele als man en(de) mo(m)boir a(n)nen vand(en) scrieke/
sijns wijfs alle de voirs(creven) p(er)sonen als oire(n) ende/
erfgenamen goirts wijlen van rode al(ia)s van/
ermbeghem jan van wese(re) henr(ic) jan ad(ri)aen/
en(de) pet(er) van mechelen gebrue(r)de(re)n henr(ic) vanden/
scrieke als man ende mo(m)boir ka(tlij)[ne(n)] van mechelen/
wout(er) vand(en) dijcke als man ende mo(m)boir odilien van/
mechelen zijns wijfs qui(n)ten reers als man en(de) mo(m)boir/
katlijne(n) vand(en) scrieke sijns wijfs als erfgename(n) odilien/
vand(en) scrieke t(er) eende(r) ende liebrechte de brieve(re)/
t(er) ande(re) als weduwe(r) katlijne(n) van rode docht(er) als/
zij leefde des voirs(creven) goirts ende sijns wijfs sijn/
comen voe(r) scepen(en) van loeven(e) h(ier)na bescr(even) kynnen(de)/
en(de) lijden(de) dat zij met malcande(re)n eensworden en(de)/
veraccordeert zijn der poncte(n) ende conditien h(ier)nae/
bescreven die zij deen dande(r) geloeft hebben/
tonderhouden(e) en(de) te voldoene Te weten(e) dat/
nae daflivich(eit) der voirs(creven) odilien vand(en) scriecke/
vand(en) goeden der selver in chijsgoed(en) eyge(n)goed(en) leen/
goed(en) heerlich(eiden) ende ande(re) hoedanich die moegen/
sijn de(n) voirs(creven) p(er)sone(n) elck [na] sijn successie en(de) gelegenth(eit)/
soe zij ende elc van hen naed(en) lantrechte gericht/
sullen moegen sijn die deylen sullen als dat/
sal moegen behoe(re)n behalven der selv(er) odilien hue(r)/
/ vrye tocht in dien hue(r) leefdage lanck due(re)nde/
Ende des hebben geloeft derfg(enamen) van goirde voirs(creven)/
den voirs(creven) liebrechte voe(r) sijn tocht en(de) duwarie der/
selver goed(en) t(er) causen van sijnd(er) huysvr(ouwe) voirs(creven)/
te betalen(e) jairlijcx tot twee t(er)mijne(n) xviii r(ins)g(ulden)/
te xx stuv(er)s tstuc deen hellicht d(aer)af bynnen/
eene(n) halven jae(r) naistc(omende) ende dand(er) hellicht/
van heden over een jair ombegrepen nochta(n)s/
altijt bynnen jairs volbetaelt te zijne alsoe/
lange als hij leven sal en(de) niet lange(r) Ende/
derfg(enamen) der voirs(creven) odilien hebben insgelijcx geloeft/
den voirs(creven) liebrechte jairlijcx soe lange hij/
leven sal oick te betalen(e) zesse gelijcke r(ins)g(ulden)/
ten t(er)mijne(n) en(de) jae(re)n voirs(creven) Item es oick vorw(er)de/
dat de voirs(creven) erfg(enamen) van goirde ende odilien de/
selve odilie met hue(re)n goeden voirs(creven) houden/
sullen te weten(e) vanden surplus vand(er) p(ro)fijte(n)/
en(de) emoleme(n)ten d(aer)af comen(de) de voirs(creven) so(m)me/
vand(er) tocht betaelt zijnde opdats behoefde/
ende oft zij d(aer)mede niet toecomen en(de) conste(n)/
om de selve tond(er)houden(e) dat zij dan dragen/
sullen te weten(e) elc zijn p(ar)t als boven van/
xxx st(uvers) s(jae)[rs] die de voirs(creven) liebrecht meer trecken(de)/
es hem betalen(de) de voirs(creven) xxiiii r(ins)g(ulden) dan/
sijn huwelike vorw(er)de gedraeght Ende mits/
desen heeft de voirs(creven) liebrecht de brieve(re) alsnu/
ger(e)nu(n)tieert en(de) afgegaen sijn tocht die hij hadde/
oft e(n)nichssins soude moegen hebben in alle de/
voirs(creven) goede nae de doot vand(er) voirs(creven) odilien/
het sij va(n) huwel(iker) vorw(er)d(en) testame(n)t(e) van sijnd(er)/
huysvr(ouwe) oft and(er)ss(ins) in wat manie(re)n dat soude/
moegen wesen cor(am) tymple buets(ele) ap(ri)lis xx[a]
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2017-06-13 by Jos Jonckheer