SAL7467, Act: R°18.2-R°20.1 (21 of 581)
Search Act
previous | next
Act R°18.2-R°20.1  
Act
Date: 1573-07-04

Transcription

2020-01-07 by Anton Schuttelaars
Item in tegenwoerdicheijt des meijers ende /
der scepen(en) van loeve(nen) en(de) eijgengenoote(n) naebes(creven) /
gestae(n) jonck(er) jacq(ue)s de trillo zone wijle(n) peeters /
en(de) jouff(rouw)e christijne oudt wesen(de) o(m)trint dertich /
jaere(n) johanna oudt o(m)trint xxviii en(de) jacquelijne /
de trillo oudt bove(n) de xxvi jaere(n) alle drije /
gesustere(n) en(de) dochtere(n) des voers(creven) jonck(er) jacques /
met (con)sente wille weten(e) overstaen(e) desselfs /
huns vaders ierst uuijte(n) broode huns vaders /
behoerl(ijck) gedae(n) en(de) geema(n)cipieert wesen(de) alle /
woonen(de) te loeven(en) hebbe(n) opgedrage(n) met behoerl(ijcke) /
v(er)thijeniss(e) en(de) met ressche en(de) met rijse de goed(en) /
naebes(creven) te weten(e) ierst ee(n) steijne(n) huijs mette(n) /
pachthove schure(n) en(de) stallinge(n) mette(n) hove en(de) /
blocke(n) daer ae(n) liggen(de) en(de) alle(n) andere(n) zijn toebehoert(en) /
gelege(n) tot leefdaele regenoote sheere(n) strate aldaer /
ter eenre en(de) de(n) maij beempt des heere(n) van /
anrode ter and(ere) zijd(en) Item noch drije en(de) ee(n) /
halff dachmale(n) lants gelege(n) opde fockstrate /
regenoote de zelve strate ter eenre en(de) die /
vuersche herstrate ter anders zijd(en) Item noch drije /
en(de) ee(n) halff dachmael lants gelege(n) opde cleijn /
to(m)megouwe regen(oote) de goede(n) machiels de backere /
in deen(re) de goed(en) der erffgen(aemen) machiels van ophem /
ter tweede(r) en(de) de goede(n) der erffge(naemen) goerdts
//
hollants ter derd(er) zijd(en) Item noch drije dachmael(en) /
lants gelege(n) opt zelve velt regen(oote) de goede(n) der /
v(oer)s(creven) erffgen(aemen) goerts hollants in deen(re) en(de) de goede(n) /
machiels schelleke(n)s ter and(ere) zijd(en) Item de /
hellicht van thie(n) en(de) ee(n) halff dachmael lants /
gelege(n) opt cruijsvelt regen(oote) de vuersche herstrate /
in deen(re) en(de) dande(re) hellicht jan(ne) du prez aengedeijlt /
ter and(ere) zijd(en) Item noch ee(n) halff boende(r) lants gelege(n) /
opt waijme(n) velt tussche(n) de goede(n) peeters he(n)ne(n)s /
in twee zijd(en) en(de) de fockstrate ter derd(er) zijd(en) Item /
vier boendere(n) lants gelege(n) opt schullevelt bove(n) /
thoff acker regen(oote) de fockstrate ter eenre de /
vuersche herstrate ter andere thofacke(r) ter derde(r) /
en(de) derffgen(aemen) machiels van ophem ter iiiier zijd(en) /
Item noch ee(n) halff boend(er) en(de) vierthich roede(n) /
lants opde(n) blanckaert gelege(n) tussche(n) de goede(n) /
charles du prez in deen(re) en(de) in dande(re) zijd(en) Item /
noch ee(n) boende(r) min ee(n) vierendeel lants gelege(n) /
ond(er) toms velt regen(oote) de camerstrate in deen(re) /
en(de) goidtshuijs van groenendale ter and(ere) zijd(en) Item /
noch ee(n) dachmael lants gelege(n) opde herstrate /
van(de) vuere(n) regen(oote) de goede(n) des voers(creven) goerdts /
hollants in deen(re) en(de) dleenper? de(n) voers(creven) erfgen(aemen) /
co(m)peteren(de) ter and(ere) zijd(en) Item noch ee(n) dachmael /
lants gelege(n) op deijnde van(de) fockstrate regen(oote) /
de goede(n) der erffgen(aemen) joos(se) van(den) borre in deen(re) /
en(de) de goede(n) peeters herma(n)s in dand(er) zijd(en) Item /
noch onderhalff dachmael lants gelege(n) opde(n) /
molenwech regen(oote) des goidtshuijs van affligem goed(en) /
ter eenre en(de) de goede(n) der v(oer)s(creven) erffge(naemen) goerdts /
hollants ter and(ere) zijd(en) Item noch drije dachmaele(n) /
lants gelege(n) bijde(n) berckbossch regen(oote) de(n) selve(n) /
bossch ter eenre derffgen(aemen) daniels va(n) beerthen
//
ter tweed(er) comen(de) metter derd(er) zijd(en) opde goede(n) /
des heere(n) van merode Item noch ee(n) halff /
dachmael lants gelege(n) opde(n) molenwech regen(oote) /
derfgen(aemen) goerdts hollants v(oer)s(creven) in deen(re) en(de) des /
v(oer)s(creven) heere(n) van merode goede(n) ter and(ere) zijd(en) Item /
noch ee(n) halff boend(er) bee(m)pts opt neerijssche /
broeck daer die leijgracht doer loopt regen(oote) /
de goede(n) des v(oer)s(creven) heere(n) van merode in deen(re) en(de) /
de goed(en) der erffge(naemen) peeters schelleke(n)s ter and(ere) /
zijd(en) Item noch die hellicht van zeve(n) viere(n)deele(n) /
bee(m)pts gelege(n) opt voers(creven) broeck benede(n) de(n) /
portwech geheete(n) sprinckbee(m)pt regen(oote) de /
goede(n) der erffge(naemen) peeters van ghale in wed(er) /
zijd(en) en(de) de dijle aldaer ter derde(r) zijd(en) Item /
noch de hellicht van vijff vierendeele(n) bee(m)pts /
opt zelve broeck gelege(n) oijck sprinckbee(m)pt /
regen(oote) de goede(n) des voers(creven) heere(n) van merode /
in deen(re) en(de) de goede(n) die jan de ridde(r) houdt /
ter and(ere) zijd(en) Item noch een(en) bee(m)pt gelege(n) /
te leefdale in valckenborch regen(oote) der erffgen(aemen) /
m(eeste)r jeronim[(us)] edelheer wijtham ter eenre /
die voere aldaer vlieten(de) ter andere en(de) het /
schaetke(n) daer neffens ter derd(er) en(de) vierder zijd(en) /
Item noch thie(n) dachmaele(n) bosschs min dertich /
roed(en) gelege(n) te leefdale in spape(n) huijs wijngaert /
daer inne begrepe(n) ee(n) dachmael bosschs v(er)crege(n) /
tege(n) gielis(se) van ghele regenoote heere(n) charles /
du prez ter eenre jan du pretz ter tweede(r) en(de) m(eeste)r /
pauwels de mera ter andere zijd(en) Item noch eene(n) /
boomgaert met een(en) vijvere daer ae(n) gelege(n) bijde(n) /
bonelhoff regen(oote) sheere(n) strate in twee zijd(en) de goede(n)
//
jans du pretz op schulleberch ter iii[er] en(de) iiii[er] zijd(en) /
Item noch een(en) boo(m)gaert daer bij gelege(n) regen(oote) de(n) /
voers(creven) boomgaert ter eenre de bruelstrate te ii[er] /
en(de) de goede(n) der erffgen(aemen) wouters snoecx ter /
iiier zijd(en) en(de) voerts meer int generael alle /
en(de) eijgewelcke ande(re) land(en) bossche(n) bee(m)pde(n) en(de) /
vijvers der voers(creven) pachthoeve co(m)peteren(de) en(de) de /
welcke jan goossens nutertijt ter hellicht wi(n)ninge /
besitten(de) en(de) labueren(de) es exp(osito) en(de) m(eeste)r coenraerde(n) /
boschmans lice(n)tiaet ind(en) rechte(n) en(de) notaris der /
universiteijt binne(n) deser stadt van loeve(nen) ...? p(er) /
mo(dum) voer zoe vele die chijsgoede(n) zijn en(de) voer /
zoe vele die eijge(n) zijn te(n) eijge(n) rechte te houden(e) /
en(de) te besitten(e) quo f facto redd(idi)t etc(etera) ende voerts /
meer op nege(n) carolus guld(en) te xx st(uijvers) tstuck en(de) /
drije stuijvers te iii plec(ken) tstuck erffel(ijck) rinte /
alle jaere opd(en) iiii[e(n)] dach julii te betaele(ne) en(de) /
ind(er) stadt wissel van loeven(en) los en(de) vrij etc(etera) oijck /
van x[e(n)] xx[e(n)] honderste(n) en(de) alle(n) andere(n) penn(ingen) zoe van /
ordinaris als extraordinaris te levere(n) in futur(um) /
hier waere(n) over ketelboeter winde scepen(en) te loeve(n) /
en(de) eijgengenoote(n) Item peeter moo(n)s lieutenant /
smeijers van loeve(nen) en(de) jeroe(n) cloet insgel(ijcx) als /
eijgengenoote(n) cor(am) quibus satis qui(dam)? et war(as) alle/
de voers(creven) goede(n) op vijffentwintich carolus guld(en) /
erffel(ijck) ae(n) derffge(naemen) cheenaerdts du pretz xxii /
carolus guld(en) erffel(ijck) aen(de) collegie van atrecht /
ta(m)q(uam) prout iure met (con)ditie(n) dat de voers(creven) /
opdragere(n) de voers(creven) erffrinte zulle(n) moge(n) losse(n) /
en(de) affquijte(n) talle(n) tijde(n) alst he(n) gelieve(n) zal teene(n) /
reijse(n) elcke(n) carolusg(ulden) daeraff met zesthien(en) /
gel(ijcke) carolus guld(en) en(de) dat in en(de) met dobbel
//
stuvers penn(ingen) der munte(n) van hoogher memorie(n) /
hertoge(n) philips van bourgoingnie(n) en(de) van brabant /
want zij opdragere(n) bekinde(n) alsulcke(n) penn(ingen) ontfan(gen) /
te hebben(e) Ac cum Geloven(de) voerts de voers(creven) /
opdragere(n) ind(en) voers(creven) erfrinte jaerl(ijcx) in tijde en(de) /
termijn(e) voers(creven) wel en(de) loffel(ijck) te betale(n) en(de) los /
en(de) vrij als voe(r) te levere(n) in futur(um) quol(ibet) ass(ecu)t(u)[m] /
et t(a)m(en) et casu quo pignora etc(etera) obligan(do) et submitt(endo) /
ac renu(n)c(iando) in forma quiquid(em) rogan(tes) quod faciu(n)t /
scabini lovan(ienses) pred(icti) julii iiii[a] 73
ContributorsInge Moris , Mi-Je Van Gils , Agata Dierick , Mi-Je Van Gils , Dieter Peeters , Mi-Je Van Gils , Agata Dierick , Mi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Add. 1
Date: 1576-07-03

Transcription

2020-01-07 by Anton Schuttelaars
Es gebleke(n) /
bijd(en) quijtan(cie) des /
rintm(eeste)rs van /
leefdale voer /
de heerl(ijcke) rechte(n) /
van pontpen(ningen) ae(n) /
hem betaelt te /
zijn(e) bij m(eeste)r /
geraerdt boschmans /
de so(m)me van iii r(insgulden) /
xii st(uvers) in date /
van iii[a] julii a(n)no /
xv[c] lxxvi en(de) /
onderteeckent /
reijne(n)
ContributorsInge Moris , Mi-Je Van Gils , Agata Dierick , Mi-Je Van Gils , Dieter Peeters , Mi-Je Van Gils , Agata Dierick , Mi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2013-06-11 by Inge Moris