SAL7725, Act: R°168.3 (129 of 276)
Search Act
previous | next
Act R°168.3  
Act

Transcription

2019-11-30 by Willy Van Bruystegem
Item henric van gheele ende jan van gheele sijn neve sijn comen in jeg(enwordicheit) d(er) scepen(en) van/
loven en(de) hebben genomen en(de) bekent dat sij genomen hebben van janne vand(er) lynden wonen(de)/
op de ulake eenen beempt geheten den vranxbeempt met enen stucke beemts geheten/
de laert en(de) met enen cleynen stucke eeussels aende voirs(creven) beemde gelegen gelegen tot/
rotselaer op [te] een ryvie(re) geheten de wynghe te houden en(de) te hebben van halfmerte/
nu neestcomen(de) eenen t(er)mijn van xii jae(re)n langc deen na dander [d(aer) na] sond(er) middel volgen(de)/
elx jaers hie(re)n bynnen op[om] xxiii swaer cronen [d(er) munten sconinx van] vrancr(ijx) goet en(de) gheve [van goude en(de) sware(n) van gewichte] oft de werde/
daer voe(r) af en(de) op om v gulden te weten xl pl(a)c(ken) brabants payments voer elken/
gulden [voirs(creven)] gereeckent tot sente m(er)tens misse inden wynter te betalen alle jae(re) den voirs(creven)/
t(er)mijn due(re)nde en(de) telken t(er)mine alse vervolghde schout op also dat de voirs(creven) wynne(n)[henr(ic) en(de) jan]/
de voirs(creven) beemde alle jae(re) den voirs(creven) t(er)mijn due(re)nde sullen moegen besayen met eve(ne)n/
uytgenomen de iii leste jae(re) daersij [in sij de selve beemde] geheel sullen bliven [late(n) ligge(n)] liggende Item sullen de/
voirs(creven) wynnen alle jae(re) [op] der voirs(creven) beemde tot behoirliken tide setten xxv goeder/
custbae(re) willigen poten Vortmeer sullen sij alle tijtverdich hout op de voirs(creven)/
beemde staende moegen truncken te behoirliken tide uutgenomen de ii leste/
jae(re) dan en sullen sij niet meer moegen truncken dan also vele loecs als/
sij om den voirs(creven) beemde te bevreden bederven ende sullen vort de voirs(creven) wynne(n)/
de voirs(creven) goede wael en(de) custberlic bevreden van tide te tide en(de) van t(er)mine/
alst van noede sijn sall en(de) de ryoelen waeterleyen en(de) grachten wael/
en(de) temelic [cusbaerlic te behoirliken tide] vaghen ruymen en(de) opgraven op hue(re)n cost also datter den voirs(creven)/
janne noch sinen goeden egheen scade aff en come lomb(ar)t voshem dec(embris)/
xvii
ContributorsMarika Ceunen , Agata Dierick
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2012-01-09 by Marika Ceunen