SAL7726, Act: R°14.4-V°14.1 (12 of 274)
Search Act
previous | next
Act R°14.4-V°14.1  
Act

Transcription

2019-12-29 by Willy Van Bruystegem
Cond sij allen liede(n) want stoet en(de) tebat geweest zijn w tussche(n)/
woute(re)n van lynthre in deen side en(de) baudewijn van halmale die/
zijnre docht(er) heeft in dande(r) alse van hondert en(de) vijftich g(ri)pen/
die de vors(creven) wout(er) de(n) vors(creven) baudewijn sine(n) zoene in huwelik(er)/
v(or)werde(n) geloeft heeft en(de) vande(n) haeflike(n) goede(n) des vors(creven) wouters/
en(de) desgelijx van alsulke(n) x mudde(n) corens erflecs pachts d(er)/
mate(n) van thienen die de vors(creven) wouter de(n) selve(n) baudewijn/
/ oec in huwelik(er) rente(n) vorw(er)den gegeve(n) en(de) geloeft hadde so eest/
dat de vors(creven) p(ar)tien bi rade va(n) hae(re)n vrienden hier af eens worden/
en(de) v(er)accordeert zijn ind(er) voeghen en(de) manie(re)n gelijc hier na bescreve(n) steet/
Yerst so is vorw(er)de en(de) v(er)dedingt dat de vors(creven) baudewijn ov(er) hebbe(n)/
sal en(de) behoude(n) alle de haeflike goede beyde vliegende erve en(de) ande(re) have/
des vors(creven) wouters zijns sweers so wae(r) men die vijnde(n) mach of met/
wat name(n) die genoemt zijn uutgenome(n) twee bedde(n) met hae(re)n toebeh(oirten)/
vi cussene en(de) ene(n) eren pot en(de) een copren panne en(de) op dat also/
geboerde dat de voirs(creven) wout(er) vande(n) vors(creven) baudewijn toegh wone(n)/
so sal de selve baudewijn de(n) vors(creven) sine(n) zweer noch gheve(n) en(de)/
leve(re)n een coe een verken en(de) een cudden Behoudelic dien/
dat so wes haven de vors(creven) wout(er) nu uut de(n) hove en(de) in sijn/
behelt heeft dat hi die hebben en(de) behoude(n) sal en(de) voer dese/
voirs(creven) have die de vors(creven) baudewijn ald(us) ov(er) hebbe(n) sal so selen sal/
de vors(creven) wout(er) quijt en(de) ongehouden zijn vande(n) voirs(creven) c en(de)/
vijftich g(ri)pe(n) Oec is v(er)dedingt en(de) sijn de vors(creven) p(ar)tijen eens dat de/
voirs(creven) baudewijn [wout(er)] de(n) vors(creven) baudewijn sine(n) zoene bewijsen sal/
de voirs(creven) thien mudde(n) rogs erflic op goede seke(re) pande/
tot wanghe of d(aer) omtrent gelege(n) also dat de selve baudewijn/
des te vreden sijn sal voert is claerlic v(er)dedingt dat de vors(creven)/
wout(er) [erflic] v(er)copen mach te sijnre schout behoef iii mudde rogs d(er)/
mate(n) van thienen voirs(creven) daer toe de selve baudewijn hem/
hant en(de) mont lenen sal Waert oec also dat de vors(creven) wout(er)/
noet hadde van sinen live dat hi noch bove(n) de voirs(creven) iii mudde/
rogs erflic op sijn goede v(er)copen mach twee mudde rogs erflic/
d(er) mate(n) voirs(creven) tot de(n) welke(n) hem de vors(creven) baudewijn sijn zoene/
oec hant en(de) mont lenen sal Noch is clairlic ond(er)sproke(n) dat/
de voirs(creven) baudewijn de(n) voirs(creven) sinen sweer gheven sal/
elf jae(re) lanc vijf g(ri)pen te wete(n) xl pl(a)c(ken) voe(r)/
elke g(ri)pe gerekent tot sent jans misse bapt(is)[ten] te betale(n)/
en(de) telke(n) t(er)mijn alse v(er)volghde schout welke puntinghe/
en(de) yffeni(n)ghe de vors(creven) p(ar)tijen hebbe(n) geloeft voe(r) scepen(en)/
van loeve(n) hier ond(er) ghenoemt deen de(n) ande(re)n also v(er)re/
als die ene(n) yegelijc aengaen vast en(de) gestentich te houden/
en(de) [die] te voldoen in alle de(r) [vuege(n) en(de)] manie(re)n gelijc vors(creven) is en(de)/
telke(n) t(er)mijn alse v(er)volghde schout alb(us) calstr(is) julii x[a]
ContributorsInge Moris
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2012-08-28 by Sabrina Keyaerts