SAL7727, Act: R°89.1 (78 of 306)
Search Act
previous | next
Act R°89.1  
Act

Transcription

2020-01-04 by Dirk De Wever
Item henric boudens soen willem boudens es comen voe(r) scepen(en) van loven/
ende heeft genomen en(de) bekent dat hij genomen heeft van stasse/
sgreeven en(de) willeme vanden wynckele die na den rechte der stat/
van loven comen en(de) geleidt sijn tot allen den goeden beide have en(de)/
erve willems svos vander nuwer capellen alle de onberuerlike/
goede des selfs willems in woenyngen huysen hoven wynnenden/
landen beemden eeusselen en(de) allen hue(re)n toebehoirten inde prochie/
vander nuwercapellen en(de) daer omtrent gelegen Te houden te/
hebben en(de) te wynnen van halfmeerte neest voirleden enen t(er)mijn/
van sesse jaren langc deen na dander staphans sonder myddel volgen(de)/
elcs jaers hie(re)n bynnen Te weten de voirs(creven) huysinghen en(de) wynnende/
lande omme ende voer xi(½) mudde rox goet en(de) payabel pachts/
vander nuwer capellen ende maten van thienen te weten sesse/
halster der selver maten voer elc mudde voirs(creven) gereeckent Ende/
de voirs(creven) beemde en(de) eeussele voer vii [vier] gripen te weten xl/
pl(a)c(ken) voer elken gripe gereeckent [en(de) vier mottoen(en) te weten xxvii pl(a)c(ken) voe(r) den dobbelen gereeckent] Te betalen metten voirs(creven) corne/
tsente andries misse appostels en(de) tcoren t(er) capellen [neester merct] te leve(re)n alle/
jare den voirs(creven) t(er)mijne due(re)nde ende telken t(er)mijne als vervolghde/
schout Op also bevonde men oft gevielt dat den beemt gelegen/
int oude gelege toebehoe(re)nde den goeden voirs(creven) bynnen den voirs(creven)/
t(er)mijne myn dan drie
[vier] der voirs(creven) gripen [mottoen] goude dat dat den voirs(creven)/
henricke boudens afslach doen soude aende voirs(creven) somme gelts also vele/
als hij myn goude Ende oft hij meer goude so soude henric oec/
meer ghelden
Voert es vurwerde dat de voirs(creven) henric boudens dese/
voirs(creven) goede wael en(de) loflic wynnen en(de) werven sall gelijc sinen/
reengenoeten boven en(de) beneden Ende die gewonnen laten te sinen/
afsceiden vanden voirs(creven) t(er)mijne gelijc hi die vant tot sinen aencomen/
Ende alle dese voirs(creven) vurwerden geloeften en(de) condicien hebben geloeft/
de voirs(creven) p(ar)tijen elc den ande(re)n vast gestentich en(de) onverbrekelic te houden/
tallen tiden en(de) t(er)mijne(n) als sij vallen en(de) v(er)schine(n) sullen en(de) telken t(er)mijne/
als vervolghde schout Hier aff is borghe des voirs(creven) henric boudens/
als principael schulde(re) ongesceiden willem boudens voirs(creven) sijn vader den/
welken de selve henric sijn soen h(ier) aff geloeft heeft scadeloes te/
houden en(de) te ontheffen opp(endorp) boen no(vembris) v[a]
ContributorsInge Moris , Agata Dierick
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2012-09-07 by Sabrina Keyaerts