SAL7734, Act: V°38.2-R°39.1 (42 of 452)
Search Act
previous | next
Act V°38.2-R°39.1  
Act
Date: 1440-07-23

Transcription

2017-11-29 by René Laes
Van henricken brugman/
It(em) van alsulker aenspraken als henr(ick) brugma(n) jans soen gedaen heeft tot/
gorde den bubbele(re) wart alse van dien dat de voirs(creven) henric voermaels/
genome(n) hadde te pachte vanden he(r) van rotselair de moelen te rotselaer/
om seker rente(n) tallen halve(n) jae(r) te betalen welc moelen de voirs(creven) henr(ick)/
voirt gedeilt hadde janne bubbele(re) des voirs(creven) gords vader die die den/
voirs(creven) henr(icken) verborght hadde en(de) voert geloeft sine(n) borgen vast d(aer)af/
te setten des hij niet gedaen en hadde mer waert d(aer) voe(r) gehouden/
en(de) inde vroente geset en(de) also wae(r) de voirs(creven) goerdt come(n) om sinen/
voirs(creven) vader te lossen en(de) hadde geset ene(n) pe(n)nijnck dien hij goet dede/
x rijd(er)s den welken de voirs(creven) henr(ick) trecken soude op dat hij de/
moelen setten soude te gheve(n) oft te neme(n) Dwelc de voirs(creven) henr(ick)/
dede en(de) sette de moelen dat die ghene die die behouden soude toehebbe(n)/
soude te hulpen vanden ande(re)n voir tverlies vand(er) moelen viii mudde/
corens tsjaers also lange alse den t(er)mijn vand(er) moelen duerde te wete(n)/
derdalf jaer ende den acht(er)stel dieme(n) daer af sculdich wae(r) die soude(n)/
de voirs(creven) henr(ick) en(de) gordt half en(de) half betalen
en(de) dat sij daer af mal/
cande(re)n vestichheit doen souden en(de) des soe hadde de voirs(creven) gordt gecoe(re)n/
dat hij d(er) moelen quijt sijn woude en(de) gaf henr(icken) die ov(er) dwelc de voirs(creven)/
henr(ick) boet te thoene(n) Op dwelc de voirs(creven) gordt hem verantwerde en(de)/
dede seggen ond(er) den ande(re)n dat hij tot sijne(n) behoef tgheen des voirscr(even)/
es niet gedaen en hadde mer wes hij daer in gedaen hadde dat/
hadde de voirs(creven) gordt gedaen van sijns vaders weghen en(de) dat hij/
van voe(r) en(de) van nae ond(er)sprack dat hij d(er) moelen ongehouden sijn/
woude Also dat de scepen(en) van loeven(en) gemaent vanden meye(r) wijsden de/
voirs(creven) p(ar)tien tot hoe(re)n thoenis e(n)en daghe van thoenis waert daer/
gethoent onder den ande(re)n dat de voirs(creven) goerdt den pe(n)ninc also geset/
hadde en(de) dat de voirs(creven) henr(ick) de moelen geset hadde gelijc daensprake
//
begrijpt mer de getugen droegen soe wes gordt dede dat hij dat dede/
also wael van sijns vaders wegen als van sine(n) wegen en(de) dat sijt beyde/
dede(n) gesame(n)d(er) hant Voirt waert daer gethoent dat de voirs(creven) met gord/
niet en seyde noch en ond(er)sprac doen hij den pe(n)ninc sette dat hijt dede/
van sijns vaders weghen mer dat hij van voe(r) en(de) van nae seyde dat/
hij d(er) moelen ongehouden sijn woude met meer en(de) veel ande(re)n thoenisse(n)/
die in beyden sijden geleidt worden Hevet tvo(n)nisse der scepen(en) van/
loeven gewijst dat de voirs(creven) gordt bubbele(re) gehouden sijn sal inde/
helcht vanden laste vanden setten vand(er) moelen gelijc de waerh(eit) gedrage(n)/
hadde pynnock opp(endorp) rike abs(oloens) vynckenb(osch) wynge julii xxiii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2015-10-14 by kristiaan magnus