SAL7735, Act: R°186.2-V°186.1 (205 of 384)
Search Act
previous | next
Act R°186.2-V°186.1  
Act
Date: 1442-01-18

Transcription

2020-01-11 by xavier delacourt
It(em) cond zij allen lieden dat h(er)gheert de molde(re) prieste(r) die na den/
rechte der stad van loeve(n) beleidt es tot allen den goeden ha/
beruerlike en(de) omberuerlike joffr(ouwe) margrieten vanden gore/
weduwe gheerts wilen vanden eynde Es comen in jeg(enwordicheit)/
der scepen(en) van loeve(n) en(de) heeft gegeve(n) en(de) bekent dat hij ge/
geve(n) heeft [mids macht van sijne(n) voirs(creven) beleide] ja(n)ne troest van zichne(n) drie stucken lants d(aer)af/
deen geheten [es] tgrootblock dand(er) tschennes en(de) tderde tschildeke(n)/
gelegen deen na aen dand(er) inde p(ro)chie van zichne(n) ter plaetse(n)/
geheten [geheten] rasenrode tuschen den bosch willems van doerne/
en(de) [de goede] henrics vanden dale Te houden te hebben en(de) te wynnen/
van half merte naestcomen(de) ene(n) t(er)mijn van neghen jae(re)n lanc/
deen na dand(er) sonder myddel volgen(de) Elx jairs dae(re)n/
bynne(n) voer vr acht gulden te weten thien stuv(er)s der/
mu(n)ten tsh(er)togen van bourg(oign)[en] en(de) van braba(n)t voe(r) elke(n)/
gulden gerekent alle jae(re) te bamisse te betalen den voirs(creven)/
h(ere)n gheerde en(de) joffr(ouwe) m(ar)grieten of den ene(n) van hen breng(er)/
briefs den voirs(creven) t(er)mijn due(re)nde en(de) telken t(er)mijn alse ver/
volghde schout It(em) es vorwerde dat de voirs(creven) jan troest/
bynne(n) sijne(n) yersten [jae(re)] maken sal en(de) grave(n) [sal] een dobbel grecht/
aen tvoirs(creven) stuck lants geheten tscildeken beginne(n)de aen/
deeussel henrix gielkens en(de) [gaende] also voert neve(n) de strate tot
//
aen de goede des voirs(creven) jans troest behoudelic dat hij op deynde/
vander gracht maken sal en(de) aen
[tuschen] sijn goede voirs(creven) setten en(de) [en(de) deynde vand(er)]/
[grecht] hangen sal een valveken [dat hij op aldair sal doen maken en(de) hangen] op sijne(n) cost voert so sal de voirs(creven)/
jan troest bynne(n) den selve(n) sijne(n) yersten jae(re) tuschen de voirs(creven)/
twee grechten planten een leven(de) haghe en(de) die leven(de) houde(n)/
sijne(n) t(er)mijn lanc en(de) die also laten te sijne(n) afsceiden Voert so sal/
de voirs(creven) wijn de ande(re)n grechten en(de) vreden omtrent den voirs(creven)/
goeden wel en(de) loflic maken en(de) repo die also laten houden/
sijne(n) t(er)mijn lanc en(de) laten te sijne(n) afsceiden Oic so sal hij de wat(er)/
leyen
die voirs(creven) wyn die wat(er) gate en(de) [die] wat(er)leyen staende aen de/
voirs(creven) goede en(de) de wat(er)leyden daer ov(er) gaende alsulck houden da/
sijne(n) t(er)mijn lanc dat de goede liede d(aer) omtrent hen d(aer) af niet/
en becroenen of noch de voirs(creven) joffr(ouwe) m(ar)griete dair af geen scade/
en hebbe dwelc oft gesciede hij der voirs(creven) joffr(ouwe) hoe(r) sculdich/
wae(re) op te gelden en(de) opte richten al t(er) goed(er) meyni(n)gen en(de) sond(er)/
argelist H(ier) wae(re)n over wijtvliet pryke(re) januarii xviii
ContributorsGreet Stevens , Inge Moris
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2015-10-03 by kristiaan magnus