SAL7739, Act: R°207.1 (352 of 608)
Search Act
previous | next
Act R°207.1  
Act
Date: 1446-02-12

Transcription

 by 
Daneel de smet/
It(em) na dien dat bij ordinancien vanden raide vander stad voe(r) meye(r) en(de) scepen(en)/
van loeven in recht gestelt wae(re)n malc tegen ande(re)n daneel de smet van/
dormale in deen zijde en(de) jan m(er)chant die ov(er)mids vo(n)nisse van scepen(en) brieve(n)/
van loeven beleidt es tot allen den goeden beide have en(de) erve m(ar)grieten/
svryden weduwe jans wilen m(er)chant zijnd(er) moeder in dande(re) Alse van/
drie mudden rogs love(n)scher maten de welke de selve daneel van twee/
jae(re)n tachter sijn soude sijn geweest van enen stuck lants gelegen/
inde p(ro)chie van halle bij meere neven sentruden dwelc de selve daneel/
voirtiden in pechtingen en(de) jairscharen genomen hadde tegen jouffr(ouwe) beatrijs/
wilen svryden die t(er)tijt als hij leefde nichte was der voirs(creven) margrieten/
Welken pacht dien oic inden wissel vand(er) stad van loeven ten bevele/
der selv(er) stad gesett was vanden voirg(enoemde) daneele de selve daneel/
aensprack seggen(de) dat hem dien wed(er)werden soude en(de) dat de voirs(creven) jan/
merchant daer aen met sijnen beleide verdoelt wae(r) aengesien dat hij/
den gront en(de) goede van dier pechtingen noch t(er)tijt niet gewonnen/
en hadde al waert dat hij hem van oryen daer aen e(n)nich recht/
vermeten mochte En(de) dat [oic] de voirs(creven) daneel dien vrancken maer/
scalc die na de doot der voirs(creven) jouffr(ouwe) beatrijs svryden tot den voirs(creven)/
goeden comen was en(de) die opgehouden hadde na doed(er) hant inden/
hof der selv(er) goede buyten lants inden lande van ludick gelegen/
hadde moeten betalen al voe(r) en(de) eer e(n)n hij e(n)nich vermanisse/
oft versueck vander stad van wegen des voirs(creven) jans m(er)chant/
hadde gehadt biden welken hij hoepte eve(n)verre hij de voirs(creven) poenten/
gethoenen conste gelijc hij boet dat hij met dier betalingen gestaen/
soude Daer op de voirs(creven) jan m(er)chant hem verantwerden(de) met alre/
handen reden(en) dede seggen inden rechte meynen(de) want hij de/
naeste leven(de) wae(r) van desen goeden en(de) de voirs(creven) zijn wed(er)p(ar)tie/
niet en boet te thoenen als zij recht re hadde want zijs niet/
gedoen en soude konnen dat zijt e(n)nichsins bij bedwange van/
rechte hadde moeten betalen dat hem en(de) sijnen beleide den voirs(creven)/
pacht van twee jae(re)n also inden wissel gesett volgen soude/
en(de) sculdich wae(r) te volgen Daer op de he(re)n scepen(en) van loeven/
tthonisse des voirs(creven) daneels yerst aengehoert des hij genoech volqua(m)/
ten uut(er)sten gewijst hebben voe(r) een vo(n)nisse dat den selven daneele/
sijn pe(n)nynghe uuten wissel volgen souden en(de) dat hij gestaen soude/
met alsulker betalingen en(de) bewijse als hij gedaen hadde cor(am)/
lombart wijtvliet py(n)noc v ca(pelle)[ma(n)] vynck voshem febr(uarii) xii
Contributors
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2015-11-24 by Jos Jonckheer