SAL7739, Act: R°324.1 (534 of 608)
Search Act
previous | next
Act R°324.1  
Act
Date: 1446-05-23

Transcription

2019-10-08 by Frans Feyaerts
It(em) cond zij allen lieden dat henrick chaulx woenen(de) te bevekem bij doerne/
es comen in teg(enwoirdicheit) der scepen(en) van loeven(en) en(de) heeft genomen en(de) bekent/
dat hij genomen heeft van h(ere)n oliviere vand(er) berct canonick regulier en(de)/
p(ro)curator des godshuys van gruenendale inden name en(de) van weghen des/
voirs(creven) godshuys vier boend(er) en(de) een half [tuschen vie(r) en(de) vijf boende(re)n wy(n)nens] lants gelegen te bevekem in vijf/
stucken te houden te hebben en(de) te wynne(n) van int half merte dat was/
int Daeraf deen [houden(de) es een boend(er)] gelegen es ter plaetsen geheten achte(er) le gardijn tusschen/
de goede dierix van beerchyemont en(de) de goede leenarts vanden bossche dand(er)/
stucke houden(de) sess dachmael gelegen op te selve plaetse tusschen de goede/
des voirs(creven) leenarts vanden bossche ende de goede jaq(ue)marts chaulx brued(er)s des/
voirs(creven) henrix tderde stucke houden(de) een derdendeel van eene(n) boend(er) [is] gelegen/
bijde voirs(creven) goede tusschen de goede dierix van beerchyemont en(de) de goede/
jan chaulx tvierde stucke gel houden(de) drie dachmael gelegen bijde voirs(creven)/
goede tusschen de goede willems moreal over beide zijde tvijfste ende/
dleste stucke houden(de) een boend(er) gelegen op tsart velt tusschen den bosch/
jans vand nethenen geheten vanden royeele en(de) de goede des je jonck(er)/
baudewijns van glymez Te houden te hebben ende te wynnen van half/
merte dat was int jaer ons he(re)n dusent vierhondert en(de) vierenveertich/
eenen t(er)mijn van neghen jae(re)n langc deen nae dand(er) sonder myddel volgen(de)/
elcx jaers dae(re)n bynnen voe(r) en(de) om drie mudde en(de) een halster rogs/
goit en(de) payabel met wanne en(de) met vloegelen wael bereydt d(er) maten/
van loeven tsente andries misse apostels te betalen en(de) te loeven(en) bynnen/
der herb(er)gen des voirs(creven) godsh(uys) te leve(re)n den voirs(creven) p(ro)curator jaerlijx den/
voirs(creven) t(er)mijn due(re)nde en(de) telken t(er)mijne alse vervolghde schout It(em) sal de/
voirs(creven) wyn de voirs(creven) lande bynnen sijnen voirs(creven) t(er)mijne eens wael ende/
loflijc ov(er)mesten gelijc sijnen reengenoten boven en(de) beneden ende die/
laten te sijnen afsceiden van sijnen t(er)mijne wael en(de) loflijc besayt met/
evene(n) op twee getideghe voe(re)n abs(oloens) vynck maii xxiii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byHadewijch Masure
Last update: 2015-12-08 by Jos Jonckheer