SAL7741, Act: V°24.3 (47 of 325)
Search Act
previous | next
Act V°24.3  
Act
Date: 1447-07-19
LanguageNederlands

Transcription

2019-11-20 by Gerry Van Helmont
It(em) wouter pynnoc en(de) rombout zanders in jeg(enwordicheit) hebben gekent en(de)/
gelijdt dat jan hermans geheten van langele van diest wael/
en(de) wittelic gelost en(de) afgequeten heeft twelff mudden rogs d(er)/
maten van loeven erflix pachts van alsulken twintich mudden/
rogs erfs pachts als goert wilen z uuten hove geheten zedele(re)/
zweer des voirs(creven) rombouts hadde met scepen(en) brieve(n) va(n) loeven/
op thof en(de) de goede des voirs(creven) jans geh gelegen te miskem/
en(de) dat de selve wout(er) en(de) rombout [de pe(n)ninge] daer mede de selve/
twelf mudde erflix pachts na begrijp vanden voirs(creven) scepen(en) brieve(n)/
te quiten stonden van wegen en(de) inden name guedekens/
des voirs(creven) wilen goerts soen dien den selve(n) erfpacht also sij seide(n)/
in deylingen gevallen was vanden voirs(creven) ja(n)ne volcomelick/
gehadt en(de) g ontfangen hadden En(de) hebbe(n) d(aer) o(m)me de voirs(creven)/
wout(er) en(de) rombout geloeft den voirs(creven) guedeken die ond(er) sijn/
dage noch es daer inne te vervaen zo wa(n)neer hij mu(n)dich/
zijn sal dat hij dan sond(er) zijnen cost den voirs(creven) ja(n)ne tot/
sijnd(er) manissen vanden voirs(creven) xii mudden erfs pachts guedi(n)ge/
en(de) vestich(heit) doen sal also dat hem [en(de) sijne(n) nacomeli(n)gen] vast en(de) seker sijn moege/
en(de) Geloven(de) voerts de selve wout(er) en(de) rombout dat /
zij den voirs(creven) ja(n)ne en(de) sijn goede [vanden voirs(creven) xx mudden rox erfs pachts] los en(de) quyt houden sele(n)/
met viii mudden rogs daer af jairlix vand(en) voirs(creven) [selve(n)] xx/
mudde(n) te betalen en(de) of hij of waert dat hij of zijn goede/
vord(er) mids den voirs(creven) scepen(en) brieve(n) dan van viii mudde(n)/
tsjaers gelast wordden dat zij dan dat den selve(n) ja(n)ne/
oprichten souden selen en(de) hem sr de voirs(creven) scepen(en) brieve/
vanden xx mudden ov(er)gheven zo wa(n)neer hij de ande(re) viii/
mudde [rox erf] afgequeten en(de) gelost heeft sal hebben wynge willem(air)/
julii xix
Contributorsmyriam bols
Moderated bymyriam bols
Last update: 2014-08-20 by kristiaan magnus