SAL7759, Act: R°4.1-V°4.1 (11 of 754)
Search Act
previous | next
Act R°4.1-V°4.1  
Act
Date: 1469-06-26

Transcription

2021-11-17 by kristiaan magnus
It(em) jan van beert heeft gegeve(n) en(de) bekend gegeven te hebben/
thomase tsgreven geheten van bleedsbeke soen wilen arnds/
thof en(de) de goede desselfs jans [hem] alse mo(m)boer joffr(ouwe) katline(n)/
van wynde zijns wijfs weduwe jans wilen va(n)den/
schelve toebehoe(re)nde geheten thof vanden schelve/
gelegen inde p(ro)chie van halen met huysen hove(n) wy(n)nen(de)/
landen beemden eusselen en(de) ande(re)n heuren toebehoerten/
gelijc geldolf wilen vanden schelve zone d(er) voirscr(even)/
joffr(ouwe) katlinen de voirs(creven) goede ald(aer) [te] houden plach ende/
de voirs(creven) thomaes die ald(aer) alsnu in pechtinghen/
houden(de) es [geweest] en(de) tege(n) den voirs(creven) wile(n) geldove(n) voertiden/
genome(n) heeft en(de) niet voerder Te houden te hebben/
ende te wynne(n) van half merte lestleden enen t(er)mijn van/
sesse jaren langh deen na dand(er) sond(er) myddel volgende/
Elcx jaers dae(re)nbynnen voe(r) en(de) om vijfen(de)twintich mudde(n)/
rogs goeds en(de) payabels met wa(n)ne en(de) vede(re)n wael/
bereydt der maten van diest te sente andriesmisse apostels/
te betalen en(de) te diest te leve(re)n ende voerts de voirscr(even)/
beemde en(de) eussele voe(r) en(de) om neghenentwintich gulden(en)/
twelff stuv(er)s elcken der munte(n) tshertoghen van bourg(oignen) en(de) van brabant voe(r) elcken gulden gerekent deen helicht tsent/
jansmisse baptisten en(de) dand(er) helicht ts(in)te m(er)tensmisse te/
betalen alle jare den voirs(creven) t(er)mijn due(re)nde En(de) telcken/
t(er)mijne alse vervolghde schout met vorwerden dat de/
voirs(creven) wynne jaerlicx sal leve(re)n en(de) doen verdecken in tvoirs(creven)/
hoff tweehondert walme(re) en(de) alsmen die verdect so sal/
hij den wercklieden den montcost gheve(n) en(de) de voirscr(even)/
geldolf jan de dachhue(re)n en(de) vander und(er)sten rykelen/
neerd(er)waert sal de voirs(creven) wyn de huysinghe houden wel en(de)/
loflic op zijnen cost en(de) alsmen daer yet van nuws ty(m)m(er)t/
so sal hij thout halen al ru en(de) bringhen in tvoirs(creven) hof ende/
daer voe(r) sal hij hebben den tsop en(de) ande(re)n afval It(em) sal/
de voirs(creven) jan hebben alst hem gelieft tsijnen orbe(r) een came(r)/
staende boven de grote ned(er)came(r) en(de) jaerlicx half dooft welc/
helicht de wyn hem leve(re)n sal te loeven oft also verre alse/
loeve(n) van daer es It(em) sal de voirs(creven) wyn hebben half de duyve(n)/
vanden duyfhuyse ald(aer) en(de) des salse hij vueden en(de) v(er)waren/
It(em) sal de voirs(creven) wynne de voirs(creven) lande wynne(n) werven en(de)/
mesten gelijc zijne(n) reengenoten bove(n) en(de) beneden en(de) die/
jaerlicx merghelen met sess voeders lynt(er)s mergels It(em) sal/

//
de voirs(creven) jan wynne jaerlicx hebben en(de) doen maken ter mi(n)ster/
schaden opte voirs(creven) goede vijf hondert mutsaerts alsulcks alse/
men daer omtrent meest gewoenlic es te maken en(de) alle/
weechout also verre thafteel gegaen heeft sal de voirs(creven) wyn/
jan moeghen houwen om daer mede de goede te bevreden/
ende alle verdroeghde boome sal hij oic hebben en(de) voe(r) elcke(n)/
setten twee poten vanden selven aerde en(de) de grechten ende/
waterlopen sal hij tsijnen afscheiden laten gelijck hij die/
vand tsijnen aencomen en(de) hij sal ov(er)tijt houden bynnen/
den voirs(creven) hove een cudde schape also groot alsmen op/
tgoed vueghlic gehouden can Voert so heeft de voirs(creven) wyn/
genomen vanden selve(n) janne een eussel geheten dlangh/
eussel en(de) den beemd geheten den le(m)mekens beemd beide/
o(m)trent en(de) neve(n) den voirs(creven) hove gelegen Te houden ende/
te hebben den voirs(creven) t(er)mijn due(re)nde te weten den tvoirs(creven)/
langh eussel v jaerlicx voe(r) twintich der voirs(creven) guldenen/
en(de) den voirs(creven) le(m)mekens beemd voe(r) en(de) om twintich lichter/
gulden thien stuv(er)s goed en(de) ginghe voe(r) elcken gulden/
gerekent t deen helicht ts(in)t jansmisse en(de) dand(er) helicht/
ts(in)te m(er)tensmisse te betalen alle jare den voirs(creven) t(er)mijn due(re)nde/
ende telcken t(er)mijne alse vervolghde schout Met vorwerden/
dat hij dessghe grechten aen tvoirs(creven) langheussel en(de) le(m)meke(n)s/
beemd gelegen sal laten tsijnen afscheiden gelijc hij die vandt/
tzijnen aencomene It(em) sal de voirs(creven) jan den voirs(creven) zijne(n) wy(n)ne/
tallen twee jaren de vanden voirs(creven) t(er)mijne gheven een/
tabbaert laken des sal hij wed(er)o(m)me den voirs(creven) ja(n)ne also/
vele geriefs ende diensts doen alse dat gedraghen mach/
Ende alle dese vorwerden condicien en(de) geluften hebbe(n) geloeft/
de voirs(creven) p(ar)tien malcande(re)n vast en(de) gestentich te houden en(de)/
volcomelic te voldoen tallen tiden en(de) t(er)mijnen als die valle(n)/
en(de) verschinen selen en(de) telcken t(er)mine alse v(er)volghde schout/
ende hier voe(r) zijn borghen svoirs(creven) wynne(n) alse principale/
schulde(re)n (et)c(etera) arnd tsgreven zijn zone te voren uut zijne(n)/
broode gedaen henrick vander eect svoirs(creven) wy(n)ne(n) behuwde/
soene pauwels steke wonen(de) te loxberghe en(de) henrick de/
hane wonen(de) te reynrode inde p(ro)chie vander donck ende/
de voirs(creven) wyn arnd zijn sone ende henrick vander eect/
hebben geloeft ongesundert den voirs(creven) pauwelsen en(de) henricke(n)/
van des voirscr(even) steet scadeloes te houden en(de) tontheffen abs(oloens)/
vynck junii xxvi
Contributors
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-04-05 by Xavier Delacourt