SAL7761, Act: R°129.3-V°129.1 (378 of 650)
Search Act
previous | next
Act R°129.3-V°129.1  
Act
Date: 1473-03-11

Transcription

2020-08-29 by Walter De Smet
It(em) also als lambrecht vanden dale hadde doen beslaen met drien genechten v(er)volgen(de)/
zeke(re) haeflike goede die joes joly soen gielijs joly uuten weghe gegaen zij(n)de/
achter gelaten zijnde hadde tsijnen huyse dair hij inwoende geleghen/
inde steenstrate neven de valcke en(de) desgelijcx zeke(re) schult die henr(ic) de custe(re) mesmake(r) den voirs(creven) joese sculdich was van zek(ere)n zinen v(er)cochte(n) goeden also hij lambrecht met enen vanden diene(re)n bewijsde Ende de/
scepen(en) van loeven dair na wijsden dat hij zijn schout grootsen ende/
verifice(re)n soude bij zijnen eede So es hij op heden comen in trecht doende/
zijnen eed en(de) dair op nemen(de) en(de) cle(re)nde dat de voirs(creven) joes hem sculdich/
was van geleenden gelde x pet(er)s en(de) xiiii stuv(er)s te xviii stuvers/
den peter en(de) d(air)toe restitucie te doen vanden beruerliken goeden die hij/
den selven joese geleend hadde also die goede hier na genoemt staen/
So hebben de scepen(en) van loeven voirt gewijst met vo(n)nisse dat de vors(creven)/
lambrecht de voirs(creven) beslaghen goede vercopen sal en(de) ten hooghsten/
bringhen en(de) zijn gebreck voirs(creven) daer aen nemen en(de) oft dair yet/
ov(er)schied dat sal [hij] wederke(re)n en(de) oft daer gebreckt d(air)af sal hij moegen/
voertvaren met rechte Cor(am) oppend(orp) pynnoc borgh heyk(ens) caverson/
m(ar)cii xi Dit zijn de geleende goede voirger(uert)/
Ierst drie coetsen en(de) een sarge en(de) eenen ring rynne It(em) een(en) roeste(r) een(en) hael/
een tanghe iiii of vi scotelen zo cleyn zo groot It(em) ii dobbelie(re) eenen/
morsel eenen cleynen steynen troch It(em) iiii drievoete een cleyn stoelken/
en(de) eenen leenstoel It(em) eenen brandree en(de) een hoesche It(em) een nieuwe/
zoutvat en(de) eenen [tynne] kendele(re) It(em) iiii potheysen een scrijnken en(de) eene(n) bodem/
/ vand(er) vleeschcuypen It(em) een yseren panne een vischpaen een(en) rieck om/
vleesch uuten potte te doen en(de) eenen ande(re)n mest rieck It(em) eenen/
rondeel een half dozijne teljoe(re)n eenen ketel eenen pot met smoute/
ii steynen bekers en(de) een(en) steynen hoppot
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-05-10 by Xavier Delacourt