SAL7761, Act: R°135.1 (393 of 650)
Search Act
previous | next
Act R°135.1  
Act
Date: 1473-03-20

Transcription

2020-09-01 by Walter De Smet
It(em) vander aenspraken die arnd scrijnken scepman gedaen heeft tot/
janne mylet van twintich mudden rogs der maten van loeven die de/
voirs(creven) arnd tegen meester jacoppen de marca alse dbewynd hebben(de)/
vanden goeden sprioers van bierbeke gecocht hadde en(de) dair de/
voirs(creven) mylet borghe voe(r) bleven was bege(re)nde de voirs(creven) scrijnken/
betalinghe of bewijssenisse dairaf vanden voirs(creven) mylet te hebben/
want den dach van betalinghen leden wae(r) en(de) hij dairaf alsoe/
hij boed te houden tsijnre eed ombetaeld was Dairop de/
voirs(creven) mylet hem verantwerden(de) dede seggen dat hij dier ae(n)sp(ra)ken/
ongehouden soude zijn gemerct dat hij de betalinghe en(de) lev(er)inge/
vanden voirs(creven) coirne den voirs(creven) scrijnken selve gedaen hadde/
gedragende hem des tot den ghenen die d(air)af te spreken wisten en(de)/
die aengehoirt zijnde So hebben de scepen(en) van loeven t(er) maniss(en)/
tsmeyers gewijst voe(r) een vo(n)nisse dat de voirs(creven) mylet ongehoude(n)/
zijn sal van alsulker aenspraken alse de voirs(creven) scrijnken te hemw(er)t/
gedaen heeft Cor(am) opp(endorp) pynnoc borgh heyk(ens) cav(er)son m(ar)cii xx
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-05-10 by Xavier Delacourt