SAL7761, Act: R°154.1-V°154.1 (448 of 650)
Search Act
previous | next
Act R°154.1-V°154.1  
Act
Date: 1473-04-11

Transcription

2020-10-25 by Walter De Smet
Cond zij allen lieden dat henric van jauchelet sone wilen jans en(de) maroye zijn wijf van deurne [wille(m) henriket jan henric en(de) symoen zijn wettige kindere p(ri)us emancipati] in p(rese)ncia hebben ge/
nomen ende bekint dat zij genomen hebben van gielise van/
den meynartshoven vleeschouwe(r) woenende te loeven(e) sijn/
hof mette(n) wynnen(de) landen bempde(n) bosschen vorlen en(de) alle(n)/
anderen toebehoirte(n) gelijc dat belegen is te mille ende in/
de prochie van deurne en(de) d(air) omtrint en(de) also de voirs(creven)/
gielijs die na de doot jans wile(n) vander heyde(n) witled(er)/
makers metter gulden rechte van loeven(e) voir zijn wettich/
gebreck uutgewonnen heeft Te houden te hebben ende te/
wynne(n) van halfm(er)te lestleden eene(n) t(er)mijn van nege(n) jare(n)/
lang deen nae dande(r) staphans v(er)volgende elcx jarers da/
renbinne(n) om en(de) voe(r) xxv mudde(n) rogs en(de) een half mudde/
tarwen elcs grains goet ende payabel der mate(n) van loeven(e)/
met wanne ende met vederen wel bereyt alle jare tsinte/
andriesmisse apostels te betalen en(de) te loeven(e) te leve(re)n ter/
plaetsen d(air)men hem dat bewisen sal den voirs(creven) termijn/
lang duerende quol(ibet) ass(ecutu)[m] Item selen de voirs(creven) wynne de huy/
singe vanden voirs(creven) hove houde(n) zijne [heure(n)] t(er)mijn duerende vand(er)/
underster rijkele(n) nederwert op hue(re)n cost en(de) jaerlijcx/
int voirs(creven) hoff leveren iiii[c] walme(re) op de huysinge vande(n)/
voirs(creven) hove te houden in goeden state en(de) alsme(n) die ald(air)/
verdect oft plect sele(n) de wynne den wercliede(n) de(n) mont/
cost gheve(n) en(de) gielijs sal de dachueren betalen It(em) sele(n) de/
wynne de tarwe en(de) rogge sayen op vier getidige vore(n) de/
gherste op drie en(de) deven(en) op ii geliken vore(n) It(em) sele(n) de/
voirs(creven) wynne alle de v(er)droechde boome uutrode(n) en(de) afhouwe(n)/
en(de) voir elke wed(er)om sette(n) twee levende pote(n) vande(n) selve(n)/
aerde It(em) selen zij alle tstroe vanden voirs(creven) goeden comen(de)/
jaerlijcx int voirs(creven) hoff bringe(n) met zijne(n) beeste(n) ette(n) en(de)/
te meste maken en(de) dat mest vuere(n) op de voirs(creven) lande/
tslants meesten proffite alsoe wel ten veersten alse ten/
naesten [en(de) te hueren leste(n) jare de meste bloot laten] It(em) zij selen te(n) behoirliken tijde moege(n) truncke(n)/
de boome ende hage(n) omtrint den voirs(creven) goede tot zijnre heurer/
berringe(n) behoef en(de) zij selen te hue(re)n afscheyde(n) de goede/
voirs(creven) bevreedt late(n) gelijc sij die bevonden hebbe(n) te hue(re)n/

//
incomen(en) It(em) dbloc aen thoff selen zij te(n) afscheyden(en) besayt late(n)/
met tarwen uutgesceyde(n) een half dach(mael) dat zij late(n) sele(n)/
o(m)megedaen op een voe(r) It(em) op tvelt van deurne selen/
zij insgelijcx een dach(mael) late(n) op i met tarwen besayt en(de)/
dande(r) goede vande(n) voirs(creven) hove tot ix boende(re)n toe oft d(air)/
omtrint met rogge en(de) dande(re) twee aerde selen zij oec/
late(n) eens algader omgedaen It(em) is vorwerde dat p(ar)tien/
gebreck hebbende altijt van malcandere(n) [in wedersijde] scheyde(n) sele(n) moege(n)/
alst hen gelieft bij alsoe oft de voirs(creven) wynne(n) teniger/
tijt sceyden woude(n) soe soude(n) zij dat de(n) voirs(creven) gielise/
dat een half jair te voire(n) moete(n) cundige(n) It(em) sal/
de wynne met zijnre huysvrouwe(n) alle hue(r) goede int/
recht te mille te pande en(de) in zekerheyde(n) de(n) voirs(creven)/
gielise in hande(n) sette(n) voir al des voirscr(even) steet om/
zijn gebreck oft hij e(n)nich hadde dair ane oft de/
voirs(creven) p(er)sone te verhale(n) It(em) want de voirs(creven) gielijs/
de(n) voirs(creven) wynne(n) t(er)stont uut zijnre hant geleent heeft/
x r(ijnschen) gulden(en) te xx stuv(er)s Soe is vorwerde dat/
zij die de(n) voirs(creven) giel(ijse) wed(er)keere(n) en(de) betalen selen/
tsinte m(er)tensmisse naestcomen(de) t(am)q(uam) ass(ecutum) Et p(ri)mus/
heyk(ens) caverson ap(ri)lis xi
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-05-10 by Xavier Delacourt