SAL7761, Act: R°166.4-V°166.1 (465 of 650)
Search Act
previous | next
Act R°166.4-V°166.1  
Act
Date: 1473-04-27

Transcription

2020-11-05 by Walter De Smet
It(em) also als jan vander brugghen geheten metten gelde aengesproken heeft/
wille(m)me van dongleb(er)t janne van kessele ooftmenghe(r) pet(ere)n va(n) valkenborgh/
becke(r) ende janne vanden berghe briede(r) inden roeden schilt zeggende/
dat zij en(de) hij en(de) oic h(er) jan van dongleb(er)t priest(er) brueder svoirs(creven) willems/
zeke(re) erfgoede liggende hadden ende noch daden te nuwerode ond(er)pand zij(n)de/
met eenen huyse ende hove en(de) zijnre toebehoirten oic aldair gelegen van twee/
mudden rogs erflic aen eenen man van ly(r)e dairaf zij met den selven ma(n)ne/
ov(er)quamen dat hij tvoirs(creven) huys en(de) hof dwelck principael pand was/
vanden voirs(creven) pachte uutdaghen soude en(de) hen dan die overgeven ende zij/
souden hem cost en(de) co(m)mer opleggen also zij gedaen hadden en(de) de vestich(eit)/
vanden uutgedaeghden goeden ontfaen Na den welken tusschen den vors(creven)/
janne metten gelde in deen zijde en(de) den voirs(creven) wille(m)me janne va(n) kessele/
pete(re)n van valkenborgh janne vanden berghe en(de) h(er) janne ter ande(re) bevorw(er)t/
en(de) gededingt waird dat de selve vijf p(er)soene svoirs(creven) jans metten gelde/
gedeelte inde voirs(creven) uutgedaighde goede overhebben souden bij also dat zij/
he(m) opleggen souden den cost die hij d(air)af verleeght hadde en(de) goede vestich(eit)/
doen van dat zijn goede onderpand zijnde voe(r) den voirs(creven) erfpacht dairaf/
in tiden toecomende niet gelast en souden werden van welken coste de selve/
metten gelde kindde hem voldaen te wesen eyschen(de) van hen de voirs(creven) vestich(eit)/
gedaen te hebben en(de) alsulcke dat de wet of secretar(is) alh(ier) zeggen souden dat/
hij d(air)mede wel verwairt soude wesen Seggende oic dat hij zijn gedeelte/

//
inde voirs(creven) goede opgedragen hadde in tshe(re)n hande tot heuren behoef/
So hebben de scepen(en) van loeven gewijst na aensprake ende verantw(er)den/
dat de voirs(creven) verweerd(er)s gehouden zelen zijn den vors(creven) metten gelde/
goede vestich(eit) te doen vanden voirs(creven) ontheffene voe(r) wet alhier oft/
inden hof daer de voirs(creven) goede hoiren Cor(am) roel(ants) borgh vync/
heyk(ens) caverson f(eria) iii p(ost) quasi modo
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-05-10 by Xavier Delacourt