SAL7761, Act: V°112.3 (334 of 650)
Search Act
previous | next
Act V°112.3  
Act
Date: 1473-02-08

Transcription

2020-07-23 by Walter De Smet
It(em) de voirs(creven) engelbrecht heeft wettelic gemechticht den voirs(creven)/
zijnen twee ongehuwden docht(ere)n en(de) janne de cuype(re) zijnen/
behuwden sone en(de) elken bizund(er) thoenre des(er) om alle/
zijn tsijze rinten pachten en(de) sculden diemen hem nu sculd(ich)/
es of namails wesen sal te manen teysschen op te boe(re)n ende/
tontfanghen den sculde(re)n van heuren ontfanghe quijt te scelden/
en(de) quitancie te gheven De selve tsijze rinten pachten en(de)/
sculden en(de) alle zijn ande(re) saken en(de) stucken die hij nu te doen/
heeft oft namails hebben sal in aenlegg(er)s oft verweerd(er)s stad/
aen en(de) tegen eenenyegeliken met rechte te vervolgen (et)c(etera) In/
forma Geloven(de) vast Cor(am) abs(oloens) sub(stitu)[to] burg(imagistro) opp(endorp) borgh scab(inis) eod(em)
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-05-10 by Xavier Delacourt