SAL7761, Act: V°149.4 (435 of 650)
Search Act
previous | next
Act V°149.4  
Act
Date: 1473-04-01

Transcription

2020-10-16 by Walter De Smet
It(em) also als arnd anthoenijs en(de) jan van quaderebbe gebruede(re)n anderwile/
malcande(re)n gelooft hebben oft h(er) peter van brumeur ridder ende zijn/
huysvrouwe zeggen wilden dat den beemd geheten den verlynden/
beemd den vors(creven) arnde in deylinghen gevallen leengoed wae(r) en(de) datmen/
dien van hen ontfaen soude dat zij de gebruede(re)n dat te gelike/
souden hulpen ke(re)n Ende oft dien beemd leengoed bevonden wordde/
dat zij dan th(er)geweede eens d(air)af te gelike draghen en(de) betalen soude(n)/
So es comen voe(r) scepen(en) van loeven de voirs(creven) arnd van quaderebbe/
openbairlic bekynnen(de) dat hij den last vanden gedeelte des voirs(creven)/
anthoenijs zijns brueders op hem genomen heeft en(de) heeft den selven/
anthoenise zijnen brueder d(air)af volcomelic quijtgeschouden en(de) hem/
gelooft d(air)af alt(oes) scadel(oes) te houden en(de) ongemoeyt te laten eisd(em)
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-05-10 by Xavier Delacourt