SAL7761, Act: V°23.3 (60 of 650)
Search Act
previous | next
Act V°23.3  
Act
Date: 1472-08-05

Transcription

2020-03-12 by Walter De Smet
It(em) want de voirs(creven) rinte gelooft es voe(r) tsvoirs(creven) ghijsbrechts aenge/
deelte va(n) alsulken hondert en(de) vijftich rijnsch(en) gulden(en) alse de vors(creven)/
wouter anderwile getogen heeft opten wissel alhier van zek(ere)n gelde/
hem en(de) zijnen [vors(creven)] zwagher te gelike toebehoirende So heeft de/
voirs(creven) ghijsbrecht van zijnre helicht vanden voirs(creven) gelde bij (con)sente/
vanden burg(er)meester den voirs(creven) zijnen zwagher volcomel(ic) quijtge/
schouden ende heeft voerts geconsenteert en(de) ov(er)gegeven so verre/
marie zijn zuster wettich wijf svoirs(creven) wout(er)s zonder geboerte aflivich/
worde voe(r) heuren man de voirs(creven) erfrinte niet bewijst oft afgeq(ue)ten/
zijnde dat dan de selve wouter hem sal moeten laten volgen voer/
uut acht rijnsch(en) gulden(en) erflic vanden rinten tusschen hen uutstaen(de)/
ongedeilt en(de) d(air) mede vander bewijssenisse der voirs(creven) erfrinten gestaen/
hoewel hij wouter dan alleene tochter wesen mochte vand(en) vors(creven) rinten/
tusschen hen ongedeilt staende eisd(em)
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-04-26 by Xavier Delacourt