SAL7762, Act: R°341.1-V°341.1 (642 of 660)
Search Act
previous | next
Act R°341.1-V°341.1  
Act
Date: 1475-06-12

Transcription

2020-02-09 by Walter De Smet
Cond zij allen lieden dat gielijs reers soen wilen jans in p(rese)ncia (et)c(etera)/
heeft genomen en(de) bekindt genomen te hebben tegen janne anthonijs/
de jardina thoff te schoenenberghe met huysen hoven beemden/
eeusselen dair toe behoiren(de) met den huyse opten berch met der/
cleynder schue(re)n inden selven hove met den wuwe(r) opte heyde mett(er)/
hofgracht en(de) allen ande(re)n toebehoirten tot den hove behoiren(de) gelege(n)/
inde prochie van haight Te houden te hebben en(de) te wynnen vande(n)/
drien(en)twintichsten daighe van merte lestleden eenen termijn van/
sess jairen lang due(re)nde deen na dander sonder middel volgende/
Elcx jairs dae(re)nbynnen voer en(de) om tsestich gulden cronen te/
xxiiii stuv(er)s tstuck half te kersmisse ende half ts(in)t jansmisse te/
betalen den voirs(creven) janne anthonijs jairlicx den voirs(creven) t(er)mijn due(re)nde/
et quo(li)[b(et)] ass(ecutu)[m] ende noch om tweelff hantkesen te bamisse te betalen/
op de vorwerden ende condicien hier na bescreven Inden iersten/
dat de voirs(creven) wynne jairlicx den voirs(creven) termijn due(re)nde gheven sall/
neghen(en)twintich mandelen stroes om de huysinghe dair mede te/
decken ende alsmen aen de voirs(creven) huysinghe decken oft plecken sall/
soe sall de wynne den wercklieden den montcost gheven en(de) de voirs(creven)/
jan de dachue(re)n It(em) sal de voirs(creven) wynne voer elke verdroeghde/
willighe die hij opte vors(creven) goede afhouwen sall twee leven(de) poten/
wederom moeten setten vanden selven arde ende de leygrecht/
hie(re)nbynnen als te doen sall zijn vaghen ende ruymen op zijnen/
cost It(em) sal de voirs(creven) wynne de trunckbomen beide willighen/
ende eycken ten behoirliken tijde moegen truncken en(de) xxv poten/
jairlicx opte voirs(creven) goede setten zijnen termijn due(re)nde It(em) [en] sall de/
voirs(creven) wynne de vors(creven) beemde bynnen den twee lesten jairen vanden/
voirs(creven) termijne niet moegen breken of saeyen mair die geheel ende/
ongebroken laten uutgenomen die twee byesse eeusselen ald(air) de welke/
hij sal moegen breken en(de) saeyen tot zijnen p(ro)fijte It(em) sall de vors(creven)/
wynne de voirs(creven) huysinghe houden op zijnen cost vander und(er)ster/
rikelen nederw(er)ts van wande ende dake It(em) sal de vors(creven) wynne/
dblock opten ouden voirt theyblock dair neven gelegen traepblock/
en(de) dblock geheten de haverdonck wynnen te corenlande en(de) dat/
mesten en(de) saeyen wel en(de) loflic den vors(creven) t(er)mijn due(re)nde ende ten/
lesten jaire int mest gesaeyt laten It(em) sall de voirs(creven) wynne ten/
afscheiden van zijnen termijne twee ende een half boender lands met/
wyntercoren(en) int mest wel en(de) loflic besaeyt laten gelijc hij die/
vand tsijnen ae(n)comen ten prijse van goeden mannen en(de) oic de messie
//
die hij bynnen den hove vand gemeten zijnde bij goeden mans stijff/
twee voeten diepe xxii gaende schreden lang en(de) tweelf gaende/
schreden breed zijnde dwelck getaxeert was in zijnen ae(n)comen(en)/
op zess peters en(de) oftmen bevindt ten afscheiden van zinen t(er)mijne/
die messie beter zijnde dan voirscr(even) steet dat sall de selve jan/
anthoenijs hem gehouden zijn op te richten(e) ende oftmen bevindt/
die niet zo goet alsdan zijnde zo sall de wynne gehouden zijn ten/
prijse van goeden mannen dat op te leggen(e) ende oft de vors(creven) wi(n)ne/
tsijnen afscheiden(en) meer lands besaeyt laett dan hij bevant tsijnen ae(n)comen(en)/
dat sal de voirs(creven) jan anthonijs hem gehouden zijn op te richten(e) ten prijse/
van vier erdwynnen hen des verstaende It(em) sal de vors(creven) wynne tsijnen/
afscheiden de voirs(creven) goede wel beheymt en(de) bevreedt laten te goed(er)/
manne(n) prijse en(de) hij en sall egheen mest uuten vors(creven) hove vue(re)n/
noch laten vue(re)n dan opt land voirs(creven) ende slands meesten p(ro)fijte/
It(em) sal de vors(creven) jan anthoenijs den voirs(creven) wynne jairlicx geven/
twee cronen te xxiiii stuv(er)s tstuc tot eenen tabbairde oft hem die/
cortten aen de tsestich cronen voirscr(even) It(em) wairt dat de voirs(creven)/
wyn bynnen drien jairen naistcomen(de) vanden vors(creven) janne scheide(n)/
woude dat hij dat doen mach behoudelic dat hijt den selven/
janne een half jair te voe(re)n kundighen sall It(em) sal de vors(creven) jan/
den voirs(creven) wynne jairlicx gheven om de leygrecht te ruymen xiiii/
stuv(er)s En(de) oftmen bynnen den tijde vander pechtinghen de selve/
leygrecht te gronde ruymde dairaf selen de vors(creven) jan en(de)/
de wyn te geliken laste staen en(de) dat te gelike betalen It(em) sal/
de voirs(creven) wynne den pacht die vallen sall te kersmisse naistc(omende)/
en(de) ts(in)t jansmisse d(air)na betalen en(de) uutreycken mychiele scribaen/
voe(r) dafquitinghe met den acht(er)stellighen pachte van eenen jae(r)/
van iiii(½) cronen lijftochten Dair inne claes scribaen op heden/
verobligeert es van weghen des vors(creven) jans anthoenijs aen/
den voirs(creven) mychiele Ende alle dese vorwerden (et)c(etera) Cor(am) berghe/
heykens junii xii Sen(tentiatum) p(er) d(i)c(tu)m nycholau(m) t(am)q(uam) p(ro)cur(ator)em/
d(i)c(t)i joh(ann)is tybe willemair dec(embris) xi a(n)no lxxviii Et e(st) add(uc)[t(us)] ad/
bo(na) eiusd(em) joh(ann)is eisd(em)
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-06-21 by Jos Jonckheer