SAL7767, Akte: R°98.1-R°99.1 (227 van 732)
Zoek akte
Vorige | Volgende
Akte R°98.1-R°99.1  
Act
Datum: 1480-11-24

Transcriptie

2019-02-16 door Greet Stevens
Item claes van zellair ty(m)merman heeft verdingt te makene/
tegen symoene symoens mairscalc een huys dwelck/
staen zal inde proofstrate dair nu steet thuys geheten/
thaenken Op den steeck ende manie(r) hier na volgende/
Ierst sall tvors(creven) huys wijt zijn bynnen muers xxxii/
voete luttel min oft meer ende lang xxxi voete luttel/
min oft meer It(em) dyerste stagie sall hoeghe zijn xiiii/
voete ende sal hebben vier balcken dairaff de drie vorste/
zijn selen neghen duymen dicke en(de) xi duymen hoeghe/
ende so lang als zij behoiren om op de voirs(creven) mueren te leggene/
ende den ande(re)n vierden balck sal thien duymen dick zijn xiii/
duymen hoeghe te weten de drie vorste balcken elck van/
twee stucken den eenen van xxii voeten en(de) den ande(re)n van/
xiii voeten lang oft van eenen stucke somen des eens worden/
mach dairaf den derden balck liggen sall op eenen stijl vand(er)/
groetter vanden balcke op een baessche van drie duymen dicke/
It(em) den vierden balck sall lang zijn xxv voete en(de) gelaest met/
eenen stucke van viii voeten It(em) voer op de staige een strijchout/
xxxiiii voete lang vii duymen dicke viii duymen hoeghe/
dair onder eenen stijl van vii duymen dicke en(de) xi duymen/
breed boven met twee crabbelen die staen sall opte plate/
vanden vvynstere(n) aenden noestbal noestal boven den noestal/
een strijchout vii duymen dicke viii duymen hoeghe/
met den eenen ynde stekende inden groten stijl vanden wijnste(r)/
dander ynde inden muer aen tfeerken also lang alst behoirt d(air)op/
vier duymen dicke calu(m)menen tot den vinsteren also lang/
als behoirt iiii duymen dicke v duymen breed gerabbatt/
en(de) gescaeft It(em) aenden muer vanden zweerde eenen platten/
stijl vi duymen dicke viii duymen breed daer die duere/
aen hanghen sall de welke wijt sijn sall v(½) voete viii(½) voet hoeghe It(em) den ande(re)n stijl van dier due(re)n vii duymen dicke/
vii duymen breed It(em) op die stijlen eenen overdorpel vi duyme(n)/
dicke viii duymen hoeghe dair op inden middelt een calu(m)mene/
iiii duymen dicke v(½) breed It(em) van aen die duere tot aen/
den oeststal een plate omtrint xii voete lang vi duymen dicke/
xii duymen breed gesteken inden stijl vander dueren v voete/
vander eerden dair op staen selen drie calu(m)pnen ix voete lang/
v duymen dicke vi duymen breed all gerabbat ende gescaeft/
Daer inne een latteyl v duymen dicke ix duymen breed gecroest/
ende gebutseelt It(em) de calu(m)mene gecrabbeelt ende gesteken met/
heuren bouten int strijchout ende desgelijcx de stijlen na heure
//
behoirte It(em) de staige sal springhen xiii duymen It(em) de/
bruggen hieraf iii(½) duymen viercant ende geleeght inde/
balcke op voets nae een oft myn ende de solde(r) van deser/
stagien sal hebben ii ydel balcken ende iii strijchoute/
een voer aent strate een inden middelt en(de) een inden/
acht(er)sten ghevel Den solde(r) van deser stagien sall/
cruyswijs onderslaghen zijn tot iiii came(re)n al gerikelt/
en(de) geernt It(em) [in] die tweeste stagie selen de vors(creven) ii balke(n)/
en(de) drie strijchoute liggen op heur stijlen en(de) sal hoege/
zijn xi voete d(air)af op dunderste brugghen sal ligghen/
een plate iii duymen dicke en(de) vi duymen breed It(em)/
inden voirs(creven) onderslach sall oic eenen stijl staen op beide/
dynden oic eenen stijl van v duymen dicke en(de) vi breet It(em) in/
elke zijde vanden onderslaghe oic eenen stijl vander selv(er) groetten/
It(em) in die zijde te(n) zweerde w(er)t een geheel cruysvynste(r) en(de) een/
halve cruysvynste(r) ende in die zijde te vercken w(er)t een cruysvynste(r)/
van welker cruysvynste(re)n de calu(m)pnen zijn sullen vier ende/
vijff duyme It(em) dese v stijlen sullen hen crabbele int strijchout/
steken met heuren bouten so groot als de stijle d(air)af tstrijchout/
zijn sall vi duymen viercant It(em) tvoerpay hieraf gerikelt/
op ii voete na een iii duymen dicke iiii breed ende alsoe/
lang als zij behoeven na de wijdde vanden stijlen en(de) gebrugt/
als vo(r)e It(em) dese iii strijchoute hier vo(r)e genoemt vii duymen/
dicke viii hoeghe De acht(er)ste zijde oic geplaett opden/
und(er)sten solde(r) gerikelt gestijlt als vo(r)e sonder hun carbele/
so vele vynste(re)n ende den solde(r) onderslaghen als vo(r)e It(em) de/
derde staige x voete hoeghe gebalct gestijlt gestrijchout/
gebrugt gecruysvynstert gerikelt gelijc dande(r) staige ende/
elc staige vanden tween sal springen eenen voet It(em) inden gevel/
vo(r)e een plate iii duymen dicke viii breet dairop iiii stijle/
elken stijl vi duymen viercant Dair inne gescherijt een doe(re)/
iii voet wijt v(½) hoeghe en(de) op elc zijde vander dueren een/
vynste(r) It(em) alle die cruysvynste(re)n ende dande(re) sullen hebben/
gecrade rijkelen iii(½) duymen dicke viii breet al gecruyest/
en(de) geboetseelt It(em) die schinckels vander cappen zullen vii/
duymen dick zijn en(de) achter inden nacke ix duymen also lang/
als zij behoiren It(em) die boghe balcken d(air)af vii duymen dicke/
ix hoeghe die gecrabbeelt met goeden erven onder en(de) boven
//
vii duymen dicke viii breet v voete hoeghe tuschen hair/
tande d(air)op staen pootstijle vi duymen dicke vii duymen/
hoeghe en(de) sal hebben zijn welfhouten onder ende boven/
geerent op hun tande staende en(de) d(air)op liggen een(en) rijboom/
v duymen dicke vi breed gesayelt in hun balken ii duymen/
op die pootstijlen belcxkens ii pootstilen v duyme(n) viercant/
en(de) d(air)inne een belcxken van v duymen en(de) van vi d(air)op/
een(en) ryboom v duymen viercant noch een(en) ryboom den/
und(er)sten van vi ende van vii duymen It(em) op beide mue(re)n/
liggen een plate iii(½) duymen dicke viii breet It(em) dese/
cappe sal hebben op elc zijde van onder tot boven zijn vloe/
gelbande onder elken stijl ende schinckels onder iii(½) dicke/
iiii(½) breed en(de) boven van drie en(de) van iiii duymen zo tot/
boven na den eysch vanden huyse It(em) die kepers gelijc den/
bruggen en(de) boven een(en) halven duym myn ende ond(er) gesteken/
met goeden ernen in die plate ende dander met goeden/
ernen inden ryboom en(de) al gesijt op voets na een Dese/
rybomen hieraf salmen deylen na den eysch en(de) p(ro)fijt/
vanden huyse Op die booghbalcken salmen vinste(re)n scherien/
ten minsten twee It(em) tot den ghevele een wintberghe ii(½)/
duymen dicke xii duymen breed met eenen dobbelen/
tueghe met hairen welfhoute lyelien en(de) ande(re)n toebehoirte(n)/
so dat behoirt wel en(de) werckelic gewracht It(em) dit vors(creven)/
huys sal de vors(creven) claes maken wel ende werckelic te goets/
mans prijse dies hen verstaen van goeden eykenen houte/
sonder olm roet oft wit ende sonder rijschellich ende all/
te hueschen cante sonder de balcken bruggen tvoerpay vors(creven)/
te weten de balcken onder te herden cante en(de) boven te/
hueschen cante En(de) dat gemaict en(de) gericht te leve(re)n tuschen/
dit en(de) s(in)t jansmisse naistcomen(de) d(air)toe de vors(creven) claes alle/
thout leve(re)n sal Ende dit voer en(de) om hondert en(de) xxxix/
rinsch gulden(en) te lx pl(a)c(ken) tstuc tderdel d(air)af ter stont om/
hout mede te copen(e) tderdel als dyerste stagie gesett zal/
zijn de helicht vanden and(ere)n derdele als den derden solde(r) geleeght/
sal zijn en(de) dand(er) helicht d(air)af zo wanneer dat al gericht en(de)/
gemaict zal zijn (et) q(uoli)[b(et)] ass(ecutu)[m] H(ier) voe(r) zijn borghen svors(creven) claes/
jan reynwitten geheten de haighmake(re) catchijde(r) en(de) jan van/
borre soen wilen henr(ix) et p(ri)m(us) Met vorweerd(en) oft tvors(creven) huys/
al gericht en(de) gemaict es ten vors(creven) s(in)t jansmisse dat dan de/
vors(creven) claes vier rijnsch gul(den) meer hebben sal dan vors(creven) steet/
en(de) oft alsdan niet volmaict en es zo sal de vors(creven) claes/
den vors(creven) symoene aen de vors(creven) so(m)me cortten vi r(ijnsch) gul(den)/
Cor(am) vync tybe no(vembris) xxiiii
Nagekeken doorJos Jonckheer
ModeratorJos Jonckheer
Laatste update:: 2018-04-04 door The Administrator