SAL7769, Act: R°176.2-V°176.1 (391 of 776)
Search Act
previous | next
Act R°176.2-V°176.1  
Act
Date: 1482-12-30

Transcription

2020-06-20 by Walter Winnelinckx
Inder saken van geschille opv(er)staen voe(r) den raide vand(er)/
stad tusschen janne colet borg(er)meest(er) van geldenaken ende/
reynchon ponichon meye(r) van yncourt inden name en(de) va(n)/
weghen der selv(er) stad van geldenaken uut dien dat de/
voirs(creven) meye(r) ter instan(cien) der ingeseten(en) van opp(er)baix mits/
dat hij den selven ingeseten(en) een p(ar)t afgepant hadde alh(ier)/
bescreve(n) was dwelc de voirs(creven) vander stad op hen name(n)/
en(de) sustineerde(n) mits eene(n) open(en) placcate hen van des(er) stad/
van loven(e) verleent met goeder reden(en) tvoirs(creven) p(ar)t te hebben(e)
//
doen panden om dat sij gebreckelijc wa(r)en versocht sijnde/
de voirs(creven) stad te hulpen verwa(r)en ter eenre zijden ende/
anthonijs de danles gille de chenoit meye(r) va(n) opp(re)baix/
en(de) gielijs aubert inden name en(de) van wegen der ingeseten(en)/
van opp(re)baix die versochten hue(r) p(ar)t gerestitueert te/
wordden want de voirs(creven) van geldenake(n) hen hadden/
geweygert te hebben(e) lectu(r)e vand(en) voirs(creven) open(en) placcate/
en(de) dat meer wa(r)e al was hen dat placcaert v(er)leent/
en mochten sij dat niet voirde(r) ter execucie(n) stellen/
dan nae inhoude(n) vand(en) selven dwelc wa(r)e binne(n) der/
banmijlen daer ond(er) die van opp(re)baix niet en sijn begrepe(n)/
alsoe sij p(rese)nteerden te thoenen Ende dat noch meer/
wae(r) is inder voirs(creven) plaetsen van opp(re)baix eene/
stercte die alsoe wel als de voirs(creven) stad va(n) geldenake(n)/
behoirt nootlijc verwaert te sijne Es get(er)mineert/
soe v(er)re de voirs(creven) van opp(re)baix connen bewijsen dat/
de voirs(creven) van geldenaken oft meye(r) van yncourt hen/
geweygert hebben de lectu(r)e vanden voirs(creven) placcate/
oft dat sij buyten der ba(n)mylen van geldenaken sijn/
geseten dat de voirs(creven) van geldenaken gehouden sullen/
sijn hen te restitue(re)n hue(r) afgepant p(ar)t costeloes en(de)/
scadeloes oft de weerde d(aer) af om welke bewijssenesse/
te doene de voirs(creven) van opp(re)baix dach van thoenen/
genome(n) hebben van heden in viii daghen naestcomen(de)/
in (con)s(ili)[o] dec(embris) penulti(m)a
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2018-04-20 by The Administrator