SAL7769, Act: R°67.1-V°67.1 (166 of 776)
Search Act
previous | next
Act R°67.1-V°67.1  
Act
Date: 1482-09-23

Transcription

2019-11-09 by Walter Winnelinckx
Wij peter vander hoeven en(de) goessen tybe scepen(en) te loven(e)/
den cont eenen yegeliken dat voir ons comen zijn in p(er)sone/
arnt reers sone wilen arnts hem affirme(re)nde out zijnde over/
zijn vijfen(de)twintich jair van houdert ter eender lodewijck/
lesen en(de) katlijne [vacat] zijn wijff inden name ende/
van weghen mariens lesens huer(er) beider dochter ter andere/
zijden Opdoende [en(de) bekynnen(de)] hoe ter eren gods een houwelijc gemaect/
en(de) getracteert was tusschen den voirs(creven) arnde en(de) marien inder/
manie(re)n en(de) opde condicien hier na v(er)claert die de voirs(creven) arndt/
en(de) gehuyssche(n) [malcande(re)n] geloft hebben tachtervolgen Te weten(e) inden/
yersten dat de voirs(creven) arnt thouwelic na staet der heyligher/
kercken volbracht zijnde innebringhen [sal] alle alsulken goeden have/
en(de) erve en(de) oic vliegende erve als hem van zijnder oude/
vader en(de) oudermoeders en(de) oic van zijnen vader en(de) moeder/
bleven en(de) verstorven zijn zoe wair die gelegen zijn in huysen/
hoven wynnende lande beempden eeusen bosschen en(de) allen ande(re)n/
hue(re)n toebehoirten In welcke goede voirs(creven) de voirs(creven) marie toecomen(de)/
bruyt inden gevalle oft zij langher leefde dan de voirs(creven) arnt toe/
comende bruygoem hue(r) vry tocht hebben sal Met vorweerden/
oft de voirs(creven) arnt toecomen(de) bruygoem en(de) marie toecomen(de) bruyt/
beide aflivich wordden zonder wettighe geboirte van huer(er)/
beider live achter te laten dat dan die goede voirs(creven) succede(re)n/
en(de) toecomen zullen den naesten erfgenamen dair op die sculdich/
sullen zijn te succede(re)n naden rechte zonder dat hij arnt die in/
al oft in deele sal mogen v(er)setten vercopen nocht belasten dan met/
consente des voirs(creven) lodewijcx Heeft vort de voirs(creven) arnt openbarlic/
beghert versocht en(de) wilt mits dat hij noch niet vele en/
weet om zijn goede te reghe(re)n en(de) vele quade coepmansschape(n)/
gedaen heeft en(de) noch gescapen ware te doene dat de voirsr(even)/
lodewijck en(de) sijn wijff hem en(de) zijn goede van nu vortaen/
reg thouwelic volbracht zijnde ryghe(re)n sal die hantplichten/
en(de) bloeten oft and(er)s ter pechtingen met jairscharen uutgheve(n)/
gelijc oft zijn goede waren wel en(de) getrouwelic en(de) al ten/
proffijte der voirs(creven) toecomender gehuysschen bij also dat sij den/
selven arnde hulpen zullen aen zijn creditue(re)n dat zijn schout/
die hij sculdich es sal worden betaelt behalven wes zij
//
dair inne v(er)legghen oft hen v(er)oblige(re)n [oft anderssins leenen zullen] dat zij dat aende proffijte(n)/
der selver goede zullen nemen en(de) v(er)vallen voir welken/
arbeit voirg(eruert) die de vors(creven) lodewijc en(de) zijn wijf int rege(re)n d(er)/
voirs(creven) goede doen zullen heeft [de vors(creven) arnt] metter wermmer hant tvors(creven)/
houwelic volbracht zijnde ter stont toegeseeght en(de) gelooft hen/
overtegoeden een half boender lants luttel mijn oft meer gelege(n)/
in drie stucken dair af de twee gelegen zijn beneden de thien/
schue(r) inde prochie van [vacat] en(de) tderde houden(de) lx roeden/
thuylenberghe aent ravestaetken om hue(re)n vryen wille d(air)/
met te doene sonder wederseggen des voirs(creven) arnts oft yemans/
anders Ende ter ander zijden hebben de voirs(creven) lodewijc/
en(de) sijn wijf in onderstande vanden voirs(creven) houwelike gelooft/
hue(re)r voirs(creven) dochter na hue(re)n staet temelijc uuttesetten en(de)/
te cleeden en(de) dat de selve toecomen(de) bruygoem en(de) bruyt na/
de doot des voirs(creven) lodewijcx en(de) sijns wijfs en(de) des lancxst van hen/
beiden leven(de) godelijc deylen zullen met hue(re)n ande(re)n kynde(re)n/
die na hen beiden bliven zullen in alle de goede have ende/
erve die zij achter laten zullen op dat hen gelieft bij also/
dat de selve toecomen(de) gehuyssche als dan inbringen zulle(n)/
des de vors(creven) lod(ewijc) en(de) zijn wijf met hue(re)r voirg(enoemde) dochter te/
houwelike gegeven hebben en(de) is de meyninge dat dande(re)/
kynde(re) op dat zij deylen willen van geliken doen zullen ende/
anders niet Vort is in houweliker vorwerden ondersproken wes/
goede de vors(creven) toecomende gehuyssche in houwelick v(er)crigen dat/
de lanxste leven(de) van hen beiden op dat zij gheen geborte/
van hue(re)r beiden live en hadden die zullen moegen v(er)copen oft/
versetten na sijnder gelieften sonder yemants wederseggen/
alle fraude en(de) argelist hier inne uutgescheiden Septembris/
xxiii
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2018-04-20 by The Administrator