SAL7769, Act: V°47.2 (112 of 776)
Search Act
previous | next
Act V°47.2  
Act
Date: 1482-08-24

Transcription

2019-04-18 by Walter Winnelinckx
It(em) jan ts(er)ghisels al(ia)s molde(re) filius quondam joh(ann)is in p(rese)ncia (et)c(etera) heeft/
genomen en(de) bekindt genomen te hebben van wille(m)me uuter helicht/
geheten vander borch alse p(ro)cur(ator) ende rentmeester tshee(re)n va(n) bout(er)shem/
de watermoelen desselfs hee(re)n met den huysen en(de) beemden dair toe/
behoirende gelegen te boutershem voe(r) thoff so verre de molde(re)n/
tot h(ier)toe die gehouden hebben Te houden te hebben ende te besitten/
van en maendaghe over viii daghen te weten ii septembr(is)/
naistcomen(de) eenen t(er)mijn van sess jairen lang due(re)nde deen na/
dander sonder middel volgen(de) Elcx jaers dae(re)nbynnen voer en(de) om/
driendertich sacken corens der maten van thienen vi halster voer/
elken sack gerekent ende een halster mostaert saets elcx grains/
alsulcx als de moelen wynnen sall wel bereidt alle jaire den/
ii[ten] dach septembr(is) te betalen ende mijnen hee(re) in zijn hoff te leve(re)n/
Met vorwerden dat de vors(creven) molde(r) van weken te weken mijnen/
hee(re) leve(re)n sall in zijn hoff alsoe vele meels als hij te broode/
behoeven sall behalven dat hij niet meer en sall moeten geven/
dan nae gelande vanden tijde gevallen sall zijn quol(i)b(et) ass(ecutu)[m]/
Ende es vorwerde dat de voirs(creven) molde(r) de moelen houden sall/
van ca(m)men en(de) van spillen tot zijnen laste op de vorwerden/
so de voermolde(r) tot h(ier)toe die gehouden heeft It(em) sall de molde(r)/
de huysinghen houden tsijnen laste vander und(er)ster rikelen ned(er)w(er)t/
in goeden state ende als mijn hee(re) daer aen yet doet maken van/
ouden wercke sall de molde(r) den montcost vanden werclied(en)/
en(de) mijn hee(re) de dachue(re)n draghen It(em) oft mijn hee(re) en(de) de/
molde(r) te halven tijde van malcande(re)n scheiden wouden dat zij dat/
selen moegen doen behalven dat de ghene die scheiden wilt/
dat den ande(re)n een half jair te vo(r)en sall moeten kundighen En(de)/
alle dese vorwerd(en) Et inde sunt fideiuss(ores) t(am)q(uam) fid p(ri)n(cipa)[les] ind(ivisim) jan/
en(de) henr(ic) ts(er)ghijsels eius filii p(ri)us ema(ncipa)[ti] Et p(ri)m(us) Cor(am)/
boxhoren tants aug(usti) xxiiii
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2018-04-20 by The Administrator