SAL7770, Act: R°105.1 (206 of 897)
Search Act
previous | next
Act R°105.1  
Act
Date: 1483-10-20

Transcription

2021-11-12 by Transkribus Software
It(em) cornielijs diericx van leefdale [ter eender] en(de) katheline gherijs/
weduwe jans wilen vander haert [ter ande(r) zijde(n)] in p(rese)ncia hebben gekint/
en(de) gelijdt dat zij bij mynliken onderwijse va(n) hue(re)n vrie(n)den/
in beyden zijde(n) om te comen totten tractate vand(en) toecomen(de)/
huwelike die bijder gr(ati)en gods geschieden sal tusschen den/
voirs(creven) cornielijse en(de) katlijne geschieden sal overcomen/
en(de) eenswordden zijn der pointen en(de) condicien en(de) vorweerden h(ier)nae v(er)claert/
die zij malcande(re)n gelooft hebben malcande(re)n o(n)verbrekelijc/
te houden(e) en(de) te voldoen(e) En(de) ierst heeft de voirs(creven) denijs/
toecomen(de) bruydegom zijnder voirs(creven) toecomen(de) bruyt gelooft/
en(de) toegeseeght inde(n) gevalle oft de voirs(creven) cornielijs/
voir hue(r) aflivich wordde [sonder wettich oir van hue(r) te vercrige(n)] en(de) alsdan joes diericx zijn sone/
die hij heeft va(n) machtelden wilen sbleykers zijnder ierster/
huysvrouwen noch leven(de) wa(r)e dat alsdan de voirs(creven)/
toecomen(de) bruyt alle de haeflike goede die achter den/
selve(n) cornielijse bliven(de) terstont sal moegen ae(n)veerden/
oft dat de voirs(creven) joes zijn sone hue(r) alsdan dairvoe(r)/
terstont sculdich sal zij(n) uut te reycken en(de) te betalen/
xx r(ijns) gul(den) te lx pl(a)c(ken) tstuc En(de) dat zij dae(re)nbove(n)/
noch te huerweert trecken en(de) behouden sal alle de goede/
zij zij(n) erflijc oft haeflijc die zij met hem nu innebri(n)gen/
sal En(de) ter ande(r) zijde(n) oft de voirs(creven) ka(tli)[ne] voir hue(re)n/
toecomen(de) bruydegom aflivich woirde sonder wettich gebuerte/
soe sallen hue(r) naiste oiren alsdan zij(n)de de haeflike [en(de) erflike] goede/
die zij met he(m) innebracht sal hebben terstont ae(n)veerden/
soe v(er)re men die alsdan bevi(n)den sal en(de) niet voirde(r) It(em) vand(en)/
v(er)cregen(en) goeden die zij by(n)nen staen(de) huer(er) beyder huwelijc/
v(er)crigen sullen moege(n) die d(aer)af sullen zij blive(n) staen(de) opt lantrcht/
soe v(er)re zij same(n)tlijc d(aer)af anders met niet en ov(er)come(n) oft dispone(re)n/
cor(am) naus(nidere) tants oct(obris) xx
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2018-06-13 by The Administrator