SAL7770, Act: R°99.1 (188 of 897)
Search Act
previous | next
Act R°99.1  
Act
Date: 1483-09-25

Transcription

2021-11-09 by Transkribus Software
Cont zij allen lieden dat een scheydinge en(de) deylinge geschiet/
en(de) gemaect zijnde tusschen ja(n)ne blanckart sone wilen wouters/
dien hij hadde van jouffr(ouwe) m(ar)grieten va(n) (in)[te]s pet(er)s zijne wive ter eender/
en(de) willem(me) pyerarts brueder des voirs(creven) jans vanden naebedde sone/
wilen gorts pyerarts dien hij hadde vander voirs(creven) jouffr(ouwe) m(ar)grieten/
ter ande(r) zijden alse vanden goeden die den voirs(creven) gebruede(re)n gebleven/
en(de) verstorven zijn van en(de) nae de doot en(de) aflivicheyt jouffr(ouwe)/
m(ar)grieten vand(er) elst wettige dochter wilen henr(ix) vand(er) elst/
die hij hadde van jouffr(ouwe) machtelden wilen blanckarts zijnder/
huysvrouwen suster was der voirs(creven) gebruede(re)n Welke goede everart/
wilen de pape als man en(de) mo(m)boir der voirs(creven) jouffr(ouwe) m(ar)grieten/
wilen vand(er) else als tochte(r) tot noch toe beseten heeft/
Soe zijn bleven en(de) gevallen den voirs(creven) ja(n)ne blanckart in/
zijn deylinge een huys en(de) hof metter scaelgien en(de) allen/
zijne(n) toebehoirte(n) alsoe dat gelegen es inde soutstrate tusschen/
thuys geheeten vrancrijcke op deene en(de) thuys geheeten den/
griffoen op dande(r) zijde opden co(m)mer dair voe(r) uutgaen(de) te weten(e)/
eene(n) halve(n) rinssche gulden(en) [vijf l(i)b(ra) cap(uynen)] vii s(chellinge) bone drie cap(uynen) en(de) vl(i)b(ra) pay [(½)r(ins) gul(den)]der/
cap(it)len van s(in)[te] pet(er)s te loeven(e) vier l(i)b(ra) x s(chellingen) pay(ments) der vroechmissen/
van s(in)[te] peters vier l(i)b(ra) xiiii s(chellingen) pay(ments) den augustijne(n) van loeven(e)/
iiii s(chellingen) [gr(oten)] den wittevrouwen te loeven(e) al outs en(de) erflijcs chijs ten/
behoirlijken en(de) gewoenliken tijden en(de) t(er)mijne(n) te betalen(e) En(de) dese/
deylinge aldus geschiet zijnde heeft gelooft de voirs(creven) willem/
den voirs(creven) ja(n)ne goet vast gestentich en(de) van weerden te houden(e)/
opt gedeelte des voirs(creven) jans zijns brueders met wettiger renu(n)ciacien/
behoirlijc worpen(de) en(de) v(er)thijden(de) P(ro)mitt(ens) sat(isfacere) d(i)c(t)us wil(he)lm(us) renu(n)c(ians)/
q(ui)buscu(m)q(ue) p(ri)vilegiis p(ro)ut cor(am) opp(endorp) Met vorweerden oftmen/
naemaels uuten voirs(creven) huyse meer chijs oft co(m)mers bevonde/
gaen(de) dan voirs(creven) es dat? de voirs(creven) gebruede(re)n dien last en(de) co(m)mer/
te gelijke sullen dragen oft met rechte hulpen v(er)antweerden/
cor(am) opp(endorp) tants sept(embris) xxv
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2018-06-13 by The Administrator