SAL7778, Act: R°287.1-R°288.1 (570 of 812)
Search Act
previous | next
Act R°287.1-R°288.1  
Act
Date: 1493-02-25

Transcription

 by 
Wij liefkenrode naen scepen(en) te loeven(en) doen cont eene(n) yegelijke(n)/
dat op heden voir ons geco(m)pareert zijn in p(ro)pe(re)n p(er)soen de/
edele vrome en(de) bescheyden(e) her jan van merode ridde(r)/
hee(re) van merode van ghele westerle (et)c(etera) ter eenre ende/
herman [van] gheefros geheeten van utricht ter ande(r) zijde(n) ende/
hebben gekint en(de) gelijdt dat zij bij middele en(de) ond(er)wijse/
van hue(re)n hee(re)n magen en(de) vriende(n) in beyden zijden met/
malcande(re)n minlijc veraccordeert en(de) eenswordden zijn [van seke(re)n hue(re)n geschille(n) die zij uutstaende hadden] der/
pointe(n) condicie(n) en(de) vorweerde(n) bescreve(n) in eender papie(re)n/
cedullen onder geteeke(n)t merode die de voirs(creven) p(ar)tien/
voir ons exhibeerde(n) en(de) in ons(er) p(re)sencie(n) deden lesen/
dair af de tenue(r) hier nae volgt van worde te worde/
It(em) opte(n) iiii[den] dach van februar(ii) a(n)no xciii nae costu(m)e/
van scriven(e) des hoofs van luydicke zijn veraccordeert/
en(de) verenicht die edele en(de) vrome hee(r) jan va(n) merode/
ridde(r) hee(r) van merode van ghele westerle (et)c(etera) ter eenre/
ende herman van gheefros geheeten van utricht ter/
ande(r) zijden als van alsulcken geschille als tusschen/
hen beyden oft mijns hee(re)n erfgenamen uutstont/
aengaen(de) der hee(r)lich(eit) en(de) goeden van diepe(n)beke/
Te weten(e) dat m(ijn) hee(r) voirs(creven) herman(ne) voirs(creven) quijtscelt/
en(de) te vreden is voe(r) hem en(de) zijne(n) erfgename(n) als van/
hondert ph(ilip)s schilde die de voirs(creven) hee(r) jan oft zijn/
erfgename(n) jairlijcx heffen(de) zijn op des voirs(creven) h(er)mans/
gedeelte mette(n) pri(n)ciplalen en(de) met dat dair op v(er)lope(n)/
mach zijn Behalve(n) dat de voirs(creven) h(er)man zijn recht/
en(de) actie die hij hadde int geheel goet van diepenbeke/
metter selver actie(n) en(de) restancie(n) die de voirs(creven) herman/
uutstaen(de) mach hebben tot opte(n) dach datu(m) van desen/
opdrage(n) en(de) verthijen sal in tshee(re)n hande(n) ter causen/
vand(er) edelder en(de) waelgeboren(en) wijlen jouffr(ouwe) joha(n)ne(n)/
van diest saliger gedachte(n) tot behoef m(ijns) hee(re)n voirs(creven)/
oft zijns brueders her rijcalt ende dair toe ov(er)geve(n)/
alle alsulcke(n) brieve(n) a(n)nichilacie(n) van testame(n)ten en(de) ande(r)/
bescheyt dair toe dienen(de) als de voirs(creven) h(er)man d(aer)/
af heeft en(de) m(ijn) voirs(creven) hee(re) voirmaels dair aff/
/ gethoent zijn sonder voirde(r) war[a(nt)]scap dair af te doen(e)/
Behoudelijck oft de voirs(creven) herman e(n)nige last opte/
voirs(creven) goed(en) met obligacie brieve(n) oft and(er)ssins voe(r)/
wette(n) oft gerichte(n) hem verbonde(n) mocht hebben/
die laste(n) sal hij sculdich zijn te dragen(e) tot zijnd(er)/
last op alsulcke(n) condicie(n) en(de) vorweerde(n) dat/
m(ijn) hee(r) voirs(creven) janne van voshem poirte(r) van diest/
contente(re)n en(de) te vreden stellen moet van twintich/
rinssche gulden(en) erflijck en(de) des dair aen cleeft/
dair af de voirs(creven) h(er)man janne van voshem zijne/
obligacie brieve(n) gegeve(n) heeft de welcke m(ijn)/
hee(r) voirs(creven) sal sculdich zijn te a(n)nicheleren(e) af en(de) te/
nieute te doen(e) ende dair toe moet m(ijn) hee(r) voirs(creven)/
herman(ne) voirg(enoemt) noch geve(n) en(de) betalen twee hondert/
rinssche gulden(en) eens loepender mu(n)ten payen/
als in brabant genge is te vie(r) t(er)mijne(n) Dair/
af den yerste(n) t(er)mijn valt op dat(um) des co(n)tracs/
den ande(re)n te pinxen(en) naistcomen(de) den derden/
s(in)[t] remeysmisse en(de) den vierde(n) te kersmisse deen/
nae dande(r) vervolgen(de) It(em) tot desen moet m(ijn) hee(re) voirs(creven)/
h(er)ma(n)ne vestigen en(de) seker maken van tsestich ryns/
gulden(en) tsjaers lijfpensien Te weten(e) de vijftich/
ryns gulden(en) ten live vand(en) voirs(creven) h(er)ma(n)ne en(de)/
h(er)ma(n)ne zijne(n) sone ende de ande(r) thien(en) ten live(n)/
van mercelijs en(de) jouffr(ouwe) jehanne(n) van dyest brued(er)/
en(de) suster Behoudelijc dat de voirs(creven) jouffr(ouwe)/
jeha(n)na de voirs(creven) x ryns guld(en) hue(r) leefdach/
lanck heffen sal yerst nae de doot van h(er)ma(n)ne/
hue(re)n oem in desen nochtan versien dat de voirs(creven)/
h(er)man van geefros doude sal zijn heffe(n) behoude(n)/
inde geheel rinte van lx ryns guld(en) zijne(n) leefdach/
lanck due(re)nde zoe verre die live(n) leven En(de) h(ier) voi(r)/
moet m(ijn) hee(r) voirs(creven) den voirs(creven) h(er)ma(n)ne ter stont/
goede sufficia(n)te borgen setten voe(r) de stad van loeven(en)/
oft van antwerpen dairt den voirs(creven) h(er)man dat
//
best gelieven sal den lx ryns gulden(en) aengaen(de) welke/
tsestich ryns gulden(en) vallen en(de) verschijnen sullen/
te twee t(er)mijne(n) Te weten(e) deen helicht te paessche(n)/
naistcomen(de) en(de) dand(er) helicht te bamisse d(aer) naistvolgen(de)/
en(de) alsoe voirts van t(er)mijne(n) te t(er)mijne(n) en(de) van/
jae(re) te jae(re) hier inne noch versien zoe wa(n)neer/
m(ijn) voirs(creven) hee(r) den voirs(creven) h(er)ma(n)ne behoirlijcke/
vesticheyt gedaen sal hebben opte goede van/
leefdale en(de) dair omtr(int) van lx r(yns) g(ulden) lijftochte(n)/
dan sullen de voirs(creven) borge(n) en(de) niet eer ontlast/
zijn en(de) blijve(n) vand(en) voirs(creven) borchtocht Ende allen/
de condicie(n) pointe(n) en(de) vorweerde(n) bove(n) gescr(even) sullen/
geschieden volbracht en(de) voldaen wordde(n) sonder/
cost en(de) last des voirg(enoemde) h(er)mans en(de) ten coste des/
voirs(creven) hee(r) jans van merode allet sonder fraude/
en(de) argelist In orconden der waerheyt en(de) om/
meerder sekerheyt wille zijn hier af gescr(even) en(de)/
gemaict twee gelijcke cedullen dair af de/
eene onder geteykent is mette(n) hanteken(en) van/
hee(re)n ja(n)ne van merode voirs(creven) die herman van/
geefros te hemweerts behult En de ande(re) is/
mette(n) hanteyken(en) van herman(ne) van geefros ond(er)/
geteykent die hee(r) jan van merode te hemweerts/
behelt Ende zijn de voirs(creven) cedullen beyde in/
manie(re)n voirs(creven) geteykent opt jair dach maent/
en(de) dat(um) boven gescr(even) Alle welcke geloften/
vorweerden ende condicien voirscr(even) de hebben de voirs(creven)/
partien renu(n)cie(re)nde tot desen van allen p(ri)vilegien en(de) exceptie(n)/
vrijheide(n) gracie(n) en(de) indulten van orloge(n) van respijte/
qui(n)querl qui(n)kernelle oft ande(r) alsoe wel die e(n)nich van/
hen geimpetreert mach hebben [als diemen] oft namaels impetre(re)n/
mochte elc den ande(re)n gelooft gel goet vast gestentich/
onv(er)brekelijc en(de) van weerden te houden en(de) te voldoen(e)/
tallen tijden en(de) t(er)mijne(n) als die vallen ende verschijnen/
sullen telken termijne als verreycte schout febr(uarii) xxv
Contributors
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2015-09-29 by Jos Jonckheer