SAL7783, Act: R°282.3-V°282.1 (558 of 713)
Search Act
previous | next
Act R°282.3-V°282.1  
Act
Date: 1499-04-13

Transcription

2020-04-27 by Willy Stevens
It(em) henrick van daelhem sone wilen willems nu ter/
tijt raidt van des(er) stad in p(rese)ntia heeft gecleert/
bijd(en) eede die hij als raidt voirs(creven) ten aenveerden van/
sijnder offitien dede dat de wed(uw)[e] hee(re)n jans wijlen/
van ranshem ridders die heeft opt hof te daelhem/
metter moelen ende ande(re)n zijnen toebehoirte(n) voirstijts hem/
ende nu goirde stijnen ende sijnder huysvr(ouw)[en] toebehoiren(de)/
eene jairlijke erfrinte van thien goud(en) loeve(n)sche schilde/
ter eenre zijden ende de selve wed(uw)[e] ter ande(re) met/
malcande(re)n veraccordeerden ende overquame(n) ten tijde/
als de voirs(creven) goeden hem noch toebehoirden aengaen(de)/
seke(re)n diffe(re)nte dwelc zij een wijle tegen malcande(re)n/
hadden gehadt om tcortsel dat hij yesch vand(en)/
schaden ende int(er)este bij hem geleden bynnen der
//
lester orlogen ende divisien alsoe dat deselve wed(uw)[e]/
hem dair voe(r) dede alsulken cortsel gratie en(de) recompense/
dat hij dair mede als p(ro)p(ri)etar(is) der voirs(creven) goede(n) te/
vreden was Cor(am) boechout crol aprilis xiii
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2014-08-28 by Jos Jonckheer