SAL8104, Act: R°168.1-V°168.1 (38 of 45)
Search Act
previous | next
Act R°168.1-V°168.1  
Act
, met aanvulling 1405
Date: 1404-07-07

Transcription

2020-01-10 by xavier delacourt
It(em) joh(ann)es rubbloet [lambrecht de mu(n)te(re)] van meerbeke bi ev(er)sberghe heeft genome(n) ende bekent (et)c(etera) van woute(re)n zas/
co(m)moing(meester) (et)c(etera) sijn goede geleghen tev(er)sberghe met huysen hove(n) wynnende lande beemden eeusele(n)/
ende met alle sine(n) toebehoerten Te houden te hebbene ende wynnene van half meye lest leden/
ene(n) t(er)mijn van drie [sesse] jae(re)n dair nae sond(er) middel volghende inder maniere(n) hiernae v(er)claert/
Dats te wete(n) [inde(n) ierste(n)] dat de vors(creven) jan [lambrecht] hebben sal ende wynnen t(er) helicht alle de lande [des voirs(creven) wout(er)s ald(air)] diere es omtrent/
xxviii boende(r) ende es te weten alst coren vanden vors(creven) lande tijtverdich es ende afgedaen ende/
in den bant es soe sal de vors(creven) jan [lambr(echt)] deen helicht dair af den vors(creven) woute(re)n toebehoe(re)nde in des selfs/
wout(er)s scuere aldair vuere(n) eer hijt tsijne rueren sal ende dair sal de vors(creven) wout(er) als men dat/
coren afdoen sal bijnden ende invueren sal ene(n) knape bi seinden Den welken knape alsoe langhe/
als hi dair sal sijn te weten tot alsoe sijn coren beyde wint(er)core(n) ende som(er)core(n) in ghevuert/
sal sijn den vors(creven) jan [lambr(echt)] den cost gheve(n) sal ende den vors(creven) wout(er) sijn dachue(re) Item sal die vors(creven)/
jan [lambr(echt)] hebben den boegarde aldair houdende omtrent een half boende(r) elx jairs om ii mudde rogs [ter helft]/
ende half doeft vanden selve(n) boegardt den vors(creven) woute(re)n alle jae(re) te love(n) te leve(re)n ende wout(er)/
ende jan [lambr(echt)] selen half ende half gelden dat doeft cost te lesen oic sal de vors(creven) jan [lambr(echt)] hebben een dachmale/
hoefs geleghen ten eynde vanden vors(creven) boegarde elx jairs [ende] om [de(n) voirs(creven) t(er)mij(n) due(rende) met ] een half mudde taruwen te love(n)/
te leve(re)n
Item sal de vors(creven) wout(er) behouden tot sinen behoef de porte aldair mett(er) camere(n) ende/
met beyde den solders ende met allen hoe(re)n toebehoerten behoudelec dien dat de vors(creven) jan [lambr(echt)] hebben/
sal half de duve(n) aldair op alsoe dat hi al de duve(n) wel en(de) loflec vueden sal Item sal de/
vors(creven) jan [lambr(echt)] hebben de beemde aldair diere es ende eteeusele(n) aldair diere es omtrent vi(½)/
boende(r) om v xviij [xviii] rijnsche gulden(en) [tsjars] altoes sente m(er)tens misse te betalen als v(er)volghde schout/
Item sal noch de vors(creven) wout(er) behouden tsijne(n) behoef de camer aldair [mette(n) solde(r)] beleghe(n) tussche(n) den coestalle/
ende thoend(er)huys Item sal de vors(creven) jan [lambr(echt)] den vors(creven) woute(re)n alle jae(re) diene(n) met sine(n) waghen/
dair wout(er) beghert ii daghe
Item als aen de huysinghe yet te werke(n) es van plecke(n) ocht/
van deckene soe sal [lambr(echt)] den cost gheven ende wout(er) de dachue(re) ende jan [lambr(echt)] sal alle jae(re) gheve(n) om/
de huysinghe mede te houden xxv [vijftich] mandele(n) walms Item sal de vors(creven) jan [lambr(echt)] de vors(creven) lande laten/
tsine(n) uutgange gelijc dat hise vijnt tsine(n) incomen Dats te weten inden wijnt(er) art vijftalf [iiii]/
boend(er) lants besayt met weyssinghe [tarwen] op vier voren en(de) vier boende(r) met rogghe op vier/
voren en(de) inden zom(er) art sal de voers(creven) jan [lambr(echt)] laten besayt vier boende(r) en(de) drie [een half] dachmale met/
ghersten op drie voren en(de) vier [vi] boende(r) en(de) ii(½) dach(male) met evene(n) op twee voren en(de) tien ix/
boende(r) en(de) een [ii(½)] dach(male) ghestort Item sal de voers(creven) jan [lambr(echt)] de voers(creven) goede laten bevreedt/
te half aprille m(er)te va(n) sine(n) lesten jare alsoe hijse vant te sine(n) income(n) en(de) den loeke daer/
toe neme(n) op de voers(creven) goede ten meeste(n) p(ro)fite en(de) ter mynst(er) scaden Ite(m) sal de voers(creven)/
jan [lambr(echt)] alle tstroe vande(n) goede(n) comende te meste maken en(de) op tvoers(creven) lant vueren alsoe/
wel te(n) verrste(n) als te(n) naeste(n) tot dslants meeste(n) p(ro)fite en(de) ten eynde vande(n) voers(creven) t(er)mine/
de messye gheruymt leve(re)n en(de) [dan] dmest ghevuert hebben opte voers(creven) goede Ite(m) sal de/
voers(creven) jan [lambr(echt)] den voers(creven) woute(re)n alle sijn deel van coerne en(de) van al dat [vanden] voers(creven) goede(n) come(n)/
sal alle jae(re) tot lovene leve(re)n [Ite(m) als wout(er) sijn coren doet derssche(n) soe sal wout(er) die dachhure(n) betale(n) en(de) jan [lambr(echt)] sal de derschers voeden en(de) daer voe(r) sal wout(er) ja(n)ne [lambr(echt)] gheve(n) va(n) elke(n) mudde een molevat criense(n) hier af es burghe des voers(creven) jans als p(ri)ncipael sculde(re) henr(ic) rubloet sinen bruede(r) den welke(n) de selve jan heeft gheloeft scadeloes tontheffene] Welke vorwerde(n) en(de) poente(n) alle en(de) yeghewelke voers(creven) de voers(creven)
//
jan [lambr(echt)] heeft gheloeft wel en(de) volcomelec te voldoene tot elke(n) t(er)mine als v(er)volghde schout/
boxoren naen julii vi[a] Item ten eynde vande(n) voers(creven) t(er)mine sal de voers(creven) lambr(echt) i dach(male) hoefs ghelege(n)/
acht(er) den bogart besayt laten met veetsen En(de) iii dach(mael) hoefs gelege(n) bid(er) kerke(n) te meerbeke besayt/
laten met eriten pots(uynsberge) hoechet a(n)no m[mo] cccc[mo] qu(ar)to febr(uarii) viii[a]
ContributorsGreet Stevens , Jos Jonckheer
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2017-05-09 by Xavier Delacourt