SAL8107, Act: R°224.1 (240 of 330)
Search Act
previous | next
Act R°224.1  
Act
Date: 1436-01-26

Transcription

2019-09-11 by Karel Embrechts
Item jan bruesselman gord van artsloe wouter moreel/
ende gielijs crauwel bontwercker in jeg(ewoirdicheit) d(er) scepen(en)/
van loven gestaen hebben geloeft ongezundert en(de)/
ongesceiden pete(re)n vander caltse(re)n en(de) lodewijcke van/
hortbeke oft den eene(n) van hen bring(er) des briefs dat/
sij den selven pete(re)n en(de) lodewijcke schadeloes en(de)/
co(m)merloes houden en(de) ontheffen zullen van alzulken/
vier mudden rox d(er) maten van loven lijfpensien/
ten live joffr(ouwe) m(ar)grieten willemaers nonnen/
te wittevrouwen te loven als gheert cuerinx/
dross(ete) te gheele v(er)cocht en(de) opter selv(er) joffr(ouwe) lijf/
bekent heeft daer voe(r) de voirs(creven) peter en(de) lodew(ijck)/
voer scepen(en) van loven als borgen geloeft en(de) gespro/
ken hebben en(de) voer allen cost van vroentgelde/
afquitingen en(de) anders die uut ocsuyn van dien/
opten voirs(creven) pete(re)n en(de) lod(ewijcke) comen mochte af te/
doen en(de) op te leggen p(ri)m(us) witt(eman) velde ja(nuarii) xxvii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-02-24 by xavier delacourt