SAL8107, Act: R°34.4 (42 of 331)
Search Act
previous | next
Act R°34.4  
Act
Date: 1434-03-15

Transcription

2019-05-21 by Karel Embrechts
Item tvonnisse tuschen gielijse van loe die geleidt es totten/
goeden dignen dochter arnts wilen joes en(de) janne/
noyens van den welken janne de voirs(creven) gielijs op heden/
jeghen hem [gielise] te loven int recht te comen dach besceiden/
was van zeke(re)n [aller alzulken(en)] goeden [als de voirs(creven) digne] onder de banck wouters van/
vroessele vriessele te poederle [liggen heeft] gelegen daer de voirs(creven)/
jan sinen dach versmadende niet en quam Es dat/
men gielise voirs(creven) vanden voirs(creven) goeden houden sall/
in sinen beleide van also v(er)re als noch voe(r) scepen(en) comen/
(es) cor(am) lomb(ar)t borch(oven) kersmake(re) vynck boys voshem/
m(ar)tii xv
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-02-24 by xavier delacourt